Uitspraak
1.[appellant 1] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
3.De beoordeling
‘Dat laatste betekent dat het beroep op bescherming op de voet van art. 7:290 e.v. BW voor "bijgehuurde" aanhorigheden in elk geval moet falen zodra er voor de andere ruimte (met name: de ruimte waarin zich het verkooppunt bevindt) geen effectieve bescherming (meer) bestaat.’
onroerende aanhorigheden(zie artikel 7:290 lid 3 BW Pro) echter niet met zoveel woorden genoemd.
Thans verzoeken [appellanten c.s.] hunnerzijds, in aansluiting op hun stellingname in eerste aanleg om het verzoek van [geïntimeerde] om de ontruimingstermijn betreffende het armenhuisje te verlengen tot 31 juli 2018, alsnog af te wijzen en een ontruimingsdatum te bepalen.