Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 5 december 2017 en de daarin genoemde stukken, en
- het proces-verbaal van de, op verzoek van [appellant] , gehouden comparitie van partijen van 25 mei 2018.
6.De beoordeling
Ten aanzien van de ernst van de overlast geven de buren in hun klachten aan dat zij ernstig in hun woongenot worden aangetast. Zij hebben buiten de woning vrijwel continue last van de rook en de stank (gehad). Zo heeft één klager verklaard dat er geen mogelijkheid is om de was buiten te hangen. De klagers zijn gedwongen om de ramen en deuren altijd dicht te houden teneinde zoveel mogelijk te voorkomen dat zij in de woning last hebben van de rook. Eén van de buren klaagt over ademhalingsproblemen als gevolg van de rook.
De grieven 2 tot en met 4 kunnen daarom niet slagen.