Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen vonnissen van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant. Nadat zij eenmaal een termijn had gekregen voor het indienen van de memorie van grieven en vervolgens een ambtshalve peremptoir uitstel van vier weken, heeft appellante geen grieven ingediend. De rolraadsheer heeft daarop ambtshalve een akte van niet-dienen verleend.
Het hof heeft appellante daarop niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep omdat het ontbreken van grieven betekent dat zij niet ontvankelijk kan worden verklaard. Geïntimeerden zijn wel op de rol verschenen tijdens de openbare terechtzitting.
Daarnaast is appellante veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot op €318 aan griffierecht en €379,50 aan liquidatietarief. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2018.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de kosten.