Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
- Dient de rendementsgrondslag ter bepaling van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen te worden verminderd met € 12.000?
- Heeft de Rechtbank verzuimd te beslissen op belanghebbendes grief dat de regelgeving rond de verhuur van een deel van de eigen woning onverbindend dient te worden verklaard wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel?
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover het de aanslag IB/PVV 2013 betreft;
- verklaart het bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover het de aanslag IB/PVV 2013 betreft;
- stelt het belastbare inkomen uit sparen en beleggen vast op € 6.014; en
- gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het door hem ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van, in totaal, € 170 vergoedt.