Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
8.Het verdere verloop van de procedure
9.De verdere beoordeling
Op 28 maart jl. hebben wij samen met de heer [erflater] bij hem thuis gesproken over de door de heer [erflater] gewenste aanpassingen van zijn testament. Dit met name in verband met de aan zijn oudste zoon in 1982 verstrekte geldlening voor de verbouwing van een (huur)woning, waarvoor de heer [erflater] destijds een hypothecaire lening is aangegaan bij de [bank] . Deze lening wil de heer [erflater] tezamen met de sindsdien door hem betaalde rente in het kader van de verdeling van zijn nalatenschap verrekenen met zijn oudste zoon, om zijn dochter en jongste zoon niet te benadelen. (…)De heer [erflater] is het eens met een verrekening van het bedrag van € 92.340. Zijn zoon zou er wel van schrikken, maar het is niet anders, zo zei hij. Ten bewijze van instemming heeft de heer [erflater] deze brief voor akkoord ondertekend (…).”
dat komt nog wel”.
[appellant 1] heeft tot slot verklaard dat hij niet precies weet wat erflater over de lening tegen zijn broer (hof: [appellant 2] ) heeft gezegd, maar dat het iets in dezelfde strekking is als erflater ook tegen hem heeft gezegd.
[appellant 2] heeft tot slot verklaard dat hij pas ongeveer 30 jaar later, na het overlijden van erflater, bij de notaris hoorde van de legaten, dat hij erflater en zijn laatste wil daarin niet herkende, dat erflater een paar weken voor zijn dood nog bij de koffie tegen hem en zijn zus had gezegd “
Niet stelen en gelijk verdelen”, dat [appellant 1] daar niet bij was en dat erflater het gelijk behandelen van de kinderen altijd uitstraalde.
Uit de getuigenverklaring van [appellant 2] blijkt verder dat hij niet wist van de door erflater in zijn laatste testament van 2007 opgenomen legaten. Hij hoorde daar pas van na het overlijden van erflater in 2012, bij de notaris, terwijl uit de getuigenverklaring van [appellant 1] volgt dat hij er voor het overlijden van erflater juist wel van op de hoogte was.
[executeur] heeft verder verklaard dat hij contact heeft opgenomen met notariskantoor [notarissen] , dat namens de notaris [notaris] is gekomen om onder andere duidelijk te krijgen of erflater compos mentis was, dat zij samen hebben gesproken over het geheel, dat erflater emotioneel was, dat hij huilde en dat het hem kennelijk lang dwars zat dat hij [appellant 1] veel geld had geleend en al jaren maandelijks een bedrag had uitgekeerd, in tegenstelling tot zijn ander kinderen.
Uit de getuigenverklaring van [executeur] volgt voorts dat hij bij de notaris en de [bank] informatie heeft ingewonnen over de hoogte van de in 1982 opgenomen hypotheek en de verschuldigde rente en dat hij in totaal uitkwam op een bedrag van € 92.000,-, waarbij geen rekening is gehouden met de aftrekbare rente, wat erflater een hoog bedrag vond, maar waarmee hij akkoord is gegaan. [executeur] heeft verder verklaard dat hij in concept een testament heeft gehad om te kijken of de namen goed waren gespeld, dat erflater en hij toen een afspraak hebben gemaakt bij de notaris, dat hij erflater heeft opgehaald en afgezet bij de notaris en in de wachtkamer op hem heeft gewacht, dat er verder niemand anders bij aanwezig was, dat erflater zei dat hij blij was dat het achter de rug was en dat het gebeurd was, het gaf hem rust. Volgens [executeur] was het doel van de legaten om de kinderen gelijk te behandelen. [appellant 1] had veel jaren ƒ 500,- per maand ontvangen en erflater had een lening afgesloten waarvoor hij rente betaalde, [appellant 2] en [geïntimeerde] hadden dat nooit gehad en dat heeft erflater op deze manier willen rechtzetten om zijn kinderen gelijk te behandelen. [executeur] heeft tot slot verklaard dat de betaling van de studies niet aan de orde is gekomen in het gesprek over de legaten.
ls jij dat zo vindt, doe er dan wat aan, dat zou kunnen met een testament”. [geïntimeerde] heeft verder verklaard dat zij heeft gezegd dat erflater in contact kon komen met [executeur] , haar accountant en goede vriend, dat zij er verder niets meer over heeft gezegd en dat zij niet weet of erflater contact heeft opgenomen met [executeur] , die de belastingaangiften van erflater al deed. Uit de getuigenverklaring van [geïntimeerde] blijkt voorts dat zij bekend werd met de legaten ten tijde van het opstellen van het testament, dat erflater haar toen heeft verteld dat zij en [appellant 2] ieder een legaat zouden krijgen en dat hij daarmee de zaak een beetje gelijk wilde trekken omdat [appellant 1] op voorhand zoveel had gekregen. [geïntimeerde] heeft tot slot verklaard dat erflater in het voorjaar van 2007 de geldkraan van ƒ 500,- per maand dicht had gedraaid en dat daarover ruzie was ontstaan, dat erflater tot zijn overlijden bleef zeggen dat hij [appellant 1] zijn hele leven had ondersteund en dat zij daarop elke keer heeft geantwoord: “
Dit heb je geregeld, sluit het af”.
te vermeerderen met de verschuldigde rente vanaf 10 juni 2015 tot de dag van voldoening+ kosten vereffening nalatenschap PM.