ECLI:NL:GHSHE:2018:4891

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
27 november 2018
Publicatiedatum
27 november 2018
Zaaknummer
200.237.758_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 lid 2 RvArt. 115 lid 2 RvArt. 121 lid 2 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring herstelexploot wegens onjuiste betekening in hoger beroep civiele zaak

In deze civiele hogerberoepsprocedure heeft appellante geïntimeerde gedagvaard, die geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, waardoor betekening van de appeldagvaarding aan het ressortsparket van het gerechtshof had moeten plaatsvinden. Het eerste exploot was onjuist betekend aan het parket van de rechtbank Limburg. Na constatering van dit gebrek werd appellante in de gelegenheid gesteld een herstelexploot uit te brengen.

Het herstelexploot van 20 juli 2018 bleek echter wederom niet conform artikel 54 lid 2 Rv Pro te zijn betekend, ditmaal aan het parket van de rechtbank Oost-Brabant in plaats van aan het ressortsparket van het gerechtshof. Hierdoor is sprake van een nietig herstelexploot. Het hof acht het niet aannemelijk dat geïntimeerde het exploot niet heeft bereikt, maar geeft appellante toch de mogelijkheid om het exploot opnieuw uit te brengen.

Het hof bepaalt een nieuwe roldatum en beveelt appellante het exploot conform de wettelijke voorschriften te betekenen en te publiceren in de Staatscourant. De kosten van de herstelexploot en publicatie komen voor rekening van appellante. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden tot na de nieuwe betekening en roldatum.

Uitkomst: Het herstelexploot is nietig verklaard en appellante krijgt gelegenheid tot herstel met nieuwe betekening.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.237.758/01
arrest van 27 november 2018
in de zaak van
[appellante],
wonende te [woonplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. R.A. Wijnands te Schinnen,
tegen
[geïntimeerde] ,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland of elders,
geïntimeerde,
niet verschenen,
op het bij exploot van dagvaarding van 9 april 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 27 maart 2018, gewezen tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als gedaagde.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/246588 / KG ZA 18-89)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
  • het herstelexploot van 20 juli 2018.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

3.De beoordeling

3.1.
Appellante heeft geïntimeerde bij voormeld exploot gedagvaard om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 10 juli 2018. Omdat geïntimeerde geen bekende woon- of verblijfplaats heeft in Nederland of elders, diende de betekening van de appeldagvaarding op grond van het bepaalde in artikel 54 lid 2 Rv Pro te geschieden aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij het gerecht waar de zaak moet dienen of dient, derhalve aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij dit gerechtshof (het ressortsparket). Het exploot van 9 april 2018 is echter betekend aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank Limburg, locatie Maastricht. Omdat daarom sprake was van een betekeningsgebrek, is appellante op de rol van 10 juli 2018 in de gelegenheid gesteld om dat gebrek te herstellen door het uitbrengen van een herstelexploot.
3.2.
Het hof constateert dat het herstelexploot op 20 juli 2018 is uitgebracht aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank Oost-Brabant, locatie
's-Hertogenbosch, en niet conform het bepaalde in artikel 54 lid 2 Rv Pro aan het ressortsparket bij dit gerechtshof. Er is daarom sprake van een nietig herstelexploot.
Nu niet aannemelijk is dat het herstelexploot van 20 juli 2018 geïntimeerde als gevolg van dat gebrek niet heeft bereikt, zal appellante op de voet van artikel 121 lid 2 Rv Pro, in de gelegenheid worden gesteld andermaal een herstelexploot te doen uitbrengen. Het hof zal, rekening houdend met de termijn van artikel 115 lid 2 Rv Pro, een nieuwe roldatum bepalen waartegen geïntimeerde door appellante dient te worden opgeroepen. Een uittreksel van het herstelexploot dient conform het bepaalde in artikel 54 lid Pro 2, laatste volzin, Rv te worden gepubliceerd in de Staatscourant. De kosten van het herstelexploot en van de nieuwe publicatie zijn en blijven voor rekening van appellante.
3.3.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 12 maart 2019;
beveelt appellante om deze roldatum bij exploot aan geïntimeerde aan te zeggen met herstel van het gebrek in het herstelexploot van 20 juli 2018 op kosten van appellante;
bepaalt dat appellante het herstelexploot op de rol van 12 maart 2019 bij akte in het geding zal brengen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 november 2018.
griffier rolraadsheer