Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond, en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over de periode van 1 januari 2012 tot 4 oktober 2016, met een boetebeschikking. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar te laat was ingediend. Belanghebbende stelde dat de aanslag niet op het juiste adres was verzonden, namelijk het adres van zijn moeder in Polen, en dat dit de termijnoverschrijding verschoonbaar maakte.
Het hof stelde vast dat het adres in Polen door belanghebbende zelf bij de gemeente was opgegeven en in het systeem van de Belastingdienst was opgenomen. Volgens vaste rechtspraak ligt het risico van onjuiste adressering bij degene die het adres doorgeeft. Het hof oordeelde dat de Inspecteur de aanslag op juiste wijze had bekendgemaakt en dat de bezwaartermijn correct was gestart en verlopen.
Omdat het bezwaar pas na afloop van de termijn was ontvangen, was het niet-ontvankelijk. De stelling van belanghebbende dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was wegens onjuiste adressering, werd verworpen. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en het betaalde griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.