Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
’s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende maakte in zijn aangifte inkomstenbelasting 2015 specifieke zorgkosten ter aftrek van € 5.915 op, bestaande uit diverse posten zoals hulpmiddelen, vervoer, dieetkosten en genees- en heelkundige hulp. De Inspecteur corrigeerde deze aftrekposten aanzienlijk, waarbij alleen een deel van de reiskosten werd geaccepteerd.
Belanghebbende stelde dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat eerdere aangiften zonder bezwaar waren gevolgd en betwistte de correcties van de Inspecteur. Het Hof oordeelde echter dat het volgen van eerdere aangiften geen recht geeft op vertrouwen in de aftrek en dat jaarlijks toetsing vereist is.
Het Hof beoordeelde de bewijsvoering van belanghebbende en concludeerde dat voor diverse posten, zoals harsen, pedicure en farmaceutische middelen, geen medisch voorschrift was overgelegd, waardoor deze niet aftrekbaar zijn. De reiskosten werden door het Hof grotendeels bevestigd zoals vastgesteld door de rechtbank.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht toegekend en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.