Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 2 mei 2017 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft bepaald;
- de bij brief van 4 juli 2017 [geïntimeerde] voorafgaand aan de comparitie overgelegde stukken (bijlagen 1 tot en met 6);
- het proces-verbaal van de comparitie van 13 juli 2017, waarbij partijen hebben afgesproken al hun geschillen voor te leggen aan een mediator;
- het H16 formulier van 7 november 2017 van [geïntimeerde] , met de mededeling dat partijen geen regeling hebben kunnen bereiken;
- de memorie van grieven, met producties 1 en 2;
- de memorie van antwoord, met producties 1 tot en met 13;
- het pleidooi gehouden op 12 april 2019, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 28 maart 2019 door [appellante] toegezonden productie 3, die zij bij het pleidooi in het geding heeft gebracht.
6.De beoordeling
CBB/JPO).