Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
1.6. Belanghebbende heeft schriftelijk gerepliceerd en de Inspecteur heeft schriftelijk gedupliceerd.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft voor het jaar 2008 een aangifte inkomstenbelasting gedaan met een zeer hoge aftrekpost voor buitengewone uitgaven, die door de Inspecteur werd betwist. Na bezwaar en beroep heeft de Inspecteur een navorderingsaanslag opgelegd waarbij deze aftrekpost aanzienlijk werd verminderd. Het geschil betrof de vraag of de Inspecteur mocht navorderen en welk bedrag aan persoonsgebonden aftrek toekwam.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende te kwader trouw was omdat hij bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt door een veel te hoog bedrag aan aftrekposten op te voeren, terwijl hij in hoger beroep een veel lager bedrag verdedigde. Hierdoor mocht de Inspecteur navorderen. Tevens stelde het Hof vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt recht te hebben op een hoger bedrag aan aftrek wegens weekenduitgaven voor gehandicapten.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de Rechtbank en de navorderingsaanslag. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend. De uitspraak kan binnen zes weken worden bestreden bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag wordt bevestigd wegens kwade trouw van belanghebbende.