Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond, en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was in hoger beroep gekomen tegen de uitspraak van de rechtbank inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2012 en de beschikking inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2015. De Inspecteur had het belastbaar inkomen uit werk en woning 2012 vastgesteld op €27.313 en het bezwaar tegen de Zvw 2015 niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof oordeelt dat de aanslag IB/PVV 2012 terecht is vastgesteld en dat het bezwaar tegen de Zvw 2015 terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens gebrek aan motivering. Verzoeken van belanghebbende om inzage in de communicatie tussen de Belastingdienst en het UWV worden afgewezen omdat deze stukken niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren.
Ook verzoeken om kwijtschelding van belastingschulden en om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheden worden afgewezen. Het hof stelt vast dat de redelijke termijn voor de procedure niet is overschreden, zodat vergoeding van immateriële schade niet aan de orde is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.