Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
GESCHIL
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende en haar echtgenoot exploiteren onroerende zaken en sloten met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst waarin is bepaald dat bij vervreemding binnen vier jaar het behaalde voordeel als resultaat uit overige werkzaamheden wordt belast. In hoger beroep stond centraal of de verkoop van een onroerende zaak binnen deze termijn viel en in welk jaar het voordeel moest worden belast.
Het Hof oordeelde dat de vervreemding binnen vier jaar had plaatsgevonden, ondanks dat de juridische levering was uitgesteld. De verkoopprijs was in 2006 overeengekomen en kopers gedroegen zich als eigenaren vanaf dat moment. Het behaalde voordeel van € 249.528 moest daarom worden belast als resultaat uit overige werkzaamheden.
Verder stelde belanghebbende dat het voordeel in 2006 in plaats van 2007 belast moest worden. Het Hof verwierp dit omdat de aanslag over 2006 onherroepelijk was vastgesteld en de Inspecteur niet meer in staat was het voordeel in 2006 in aanmerking te nemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.