Belanghebbende heeft geïntegreerde zonnepanelen op zijn nieuwbouwwoning laten installeren en verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2015. De Inspecteur verleende een gedeeltelijke teruggaaf op basis van een forfaitaire regeling uit het Vraag- en antwoordbesluit van de Belastingdienst. Belanghebbende stelde dat een hoger bedrag aan voorbelasting aftrekbaar was, berekend op basis van het aandeel van het dakoppervlak met zonnepanelen ten opzichte van de totale woningoppervlakte.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Hof. Het Hof oordeelde dat de geïntegreerde zonnepanelen als onroerend goed kwalificeren en dat de voorbelasting slechts aftrekbaar is voor het deel dat voor belaste bedrijfsactiviteiten wordt gebruikt. Het Hof vond dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het zakelijke gebruik hoger was dan het forfaitaire percentage van 50% voor dakbedekking en 2/3 voor levering aan het energiebedrijf.
Daarnaast verwierp het Hof het subsidiaire standpunt van belanghebbende dat de extra kosten ten opzichte van normale dakpannen aftrekbaar zouden zijn, omdat dit niet objectief en nauwkeurig was onderbouwd. Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht werd niet teruggegeven.