Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en bijlagen, ingekomen bij de griffie op 5 februari 2019;
- het verweerschrift met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 2 april 2019;
- een brief van [appellante] met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 30 april 2019;
- de op 16 mei 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij zijn gehoord:
3.De beoordeling
De verklaring geeft onvoldoende aanleiding om het genomen besluit voor de schriftelijke waarschuwing te wijzigen. Deze blijft gehandhaafd. Dit traject heeft wel doen besluiten om het bedrijfsmodel met minimaal aantal management lagen in te zetten. De functie van Hoofd Operationele Logistiek is een unieke functie in de organisatie en geeft een extra laag met ook de functie van Logistiek Manager. Er is dan ook besloten om de functie van Hoofd Operationele Logistiek te laten vervallen. Helaas betekent dit voor [verweerster][hof: [verweerster] ]
dat in 2018 deze functie niet meer bestaat. De werkzaamheden uit deze functie komen deels te vervallen, worden deels overgenomen door de Logistiek Manager en deels herverdeeld onder de huidige bestaande functies. Op dit moment is er geen passende vacature voor [verweerster] .[…]
De komende periode wordt onderzocht of er op korte termijn ook geen passende vacature kan ontstaan. Dit onderzoek zal in begin januari 2018 zijn afgerond. Wij zijn erg bewust van het feit dat dit een zeer pijnlijke boodschap is voor [verweerster] . Op de vraag of zij nog door kan werken, is aangegeven dat zij dit kan en wilt.”
4.De beslissing
- bekrachtigt de bestreden beschikking;
- wijst het door [appellante] in hoger beroep verzochte af;
- veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [verweerster] op € 2.148,00 aan salaris advocaat;
- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.