Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 9 oktober 2018 waarbij het hof heeft bepaald dat partijen gelegenheid wordt geboden voor pleidooi;
- de bij brief van 11 mei 2018 door [appellante] toegezonden productie 7 (aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen in eerste aanleg van 5 december 2017);
- de bij brief van 15 mei 2018 door [appellante] toegezonden productie 8;
- de brief van 12 september 2018 van [appellante] , waarin is geschreven dat zij de incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring intrekt (art. 351 Rv Pro);
- het H16-formulier van WonenBreburg waarin is bevestigd dat partijen zijn overeengekomen ieder de eigen kosten van het incident te dragen;
- het pleidooi op 15 mei 2019, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de in het overgelegde procesdossier eerste aanleg ontbrekende Cd-rom met videobeelden gemaakt door omwonenden (productie 10 bij dagvaarding in eerste aanleg) en een leesbare versie van het proces-verbaal van bevindingen van de politie van 3 november 2017 (door [appellante] met het oog op de comparitie van partijen in eerste aanleg aan de kantonrechter toegezonden bij brief van 27 november 2017), beiden overhandigd tijdens het pleidooi door mr. Minkels en waartegen mr. D.A.C. Janssen, kantoorgenoot van mr. De Cock en ter zitting aanwezig, geen bezwaar heeft gemaakt.