De huurder, woonachtig in een woning aan een adres te een plaats, veroorzaakte gedurende meerdere jaren ernstige en structurele geluidsoverlast voor omwonenden. Ondanks herhaalde klachten, waarschuwingen en verlenging van de tijdelijke huurovereenkomst om verbetering te bewerkstelligen, bleef de overlast bestaan. De woningstichting WonenBreburg vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De rechtbank oordeelde dat de huurder tekort was geschoten in haar verplichtingen als goed huurder, voornamelijk door het veroorzaken van geluidsoverlast, en kende ontbinding en ontruiming toe. In hoger beroep werden de grieven van de huurder verworpen. Het hof stelde vast dat de overlast voldoende was onderbouwd met klachten, interactielogboeken en videobeelden, en dat de huurder onvoldoende tegenbewijs leverde.
Het hof benadrukte dat de huurder verantwoordelijk is voor het gedrag van anderen in de woning, waaronder haar minderjarige kinderen en haar vader met psychische problematiek. De belangen van de verhuurder en omwonenden wegen zwaarder dan het woonbelang van de huurder, ook gezien het belang van een goed woon- en leefklimaat. De ontbinding en ontruiming werden bevestigd, en de huurder werd veroordeeld in de proceskosten.