Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep ongegrond en,
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft in haar aangifte inkomstenbelasting over 2014 een giftenaftrek geclaimd ter hoogte van de ingehouden loonheffing en werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw). De Inspecteur heeft deze aftrek geweigerd en een navorderingsaanslag opgelegd. De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof.
Het hof oordeelt dat de werkgeversheffing Zvw niet als gift kan worden aangemerkt omdat deze een heffing van de werkgever betreft. Voor de ingehouden loonheffing geldt dat het betalen van belasting geen uiting is van vrijgevigheid, maar een wettelijke verplichting. De term 'verplichte bijdragen' in de wet is bedoeld voor bijdragen met een morele verplichting en niet voor wettelijke belastingschulden. Dit oordeel wordt ondersteund door wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie.
Belanghebbende stelde ook dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat volksvertegenwoordigers van de SP wel giftenaftrek krijgen over afgedragen bedragen aan de partijkas. Het hof verwierp dit omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn: de SP-kandidaten maken een vrijwillige keuze, terwijl loonheffing een wettelijke verplichting is.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding om het betaalde griffierecht te vergoeden en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.