Belanghebbende, buitenlands belastingplichtige woonachtig in België, diende zijn aangifte inkomstenbelasting 2015 digitaal in op 20 juni 2016, na de in de uitnodigingsbrief vermelde uiterste datum van 1 juli 2016. De Inspecteur legde belastingrente van €53 op wegens verzuim. De Rechtbank vernietigde deze beschikking belastingrente en oordeelde dat de Inspecteur het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door belanghebbende niet in staat te stellen tijdig online aangifte te doen en niet te wijzen op de gevolgen van overschrijding van de aangiftetermijn.
De Inspecteur stelde in hoger beroep dat de belastingrenteregeling strikt is en geen discretionaire bevoegdheid toelaat, en dat de termijn in de uitnodigingsbrief niet relevant is voor de verzuimvaststelling. Het Hof overwoog echter dat de Inspecteur belanghebbende pas vanaf 18 april 2016 online aangifte liet doen, terwijl de uitnodigingsbrief aangifte uiterlijk 1 juli 2016 voorschreef. Hierdoor kon belanghebbende niet zonder verzuim tijdig aangifte doen, hetgeen een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel inhoudt.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en wees erop dat van een zorgvuldig handelende overheid verwacht mag worden dat zij belastingplichtigen wijst op de consequenties van overschrijding van de aangiftetermijn, zeker wanneer de wettelijke systematiek extra acties vereist om belastingrente te voorkomen. Het hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard, het griffierecht van €508 werd aan de Inspecteur opgelegd en een tegemoetkoming in proceskosten van €24,40 toegekend aan belanghebbende.