ECLI:NL:RBDHA:2021:11346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrentebeschikking vernietigd wegens strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Eiser, woonachtig in Duitsland, kreeg voor het jaar 2018 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met daarbij belastingrente. Eiser had zijn aangifte binnen de door de Belastingdienst gestelde termijn ingediend nadat hij eerder om bank- en salarisgegevens had verzocht die vanwege corona niet toegankelijk waren.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst de belastingrente correct heeft berekend volgens de wettelijke bepalingen. Echter, de rechtbank stelt dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, zich verzetten tegen het in rekening brengen van belastingrente in deze situatie.
Eiser mocht erop vertrouwen dat tijdige aangifte binnen de gestelde termijn zou leiden tot het voldoen aan zijn fiscale verplichtingen zonder renteheffing. De rechtbank vernietigt daarom de belastingrentebeschikking en draagt de Belastingdienst op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De belastingrentebeschikking wordt vernietigd wegens strijd met het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel.