Appellant heeft bij de rechtbank verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van €16.747,51, maar dit verzoek werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat zij de verplichtingen zou nakomen.
In hoger beroep stelde appellant dat haar psychische klachten afnemen, zij stabiel is en actief werkt aan aflossing, mede ondersteund door beschermingsbewind. Zij beriep zich ook op de hardheidsclausule. Het hof beoordeelde echter dat het beroepschrift geen kenbare grieven bevatte en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Daarnaast oordeelde het hof dat appellant niet te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van een substantieel deel van haar schulden, mede door het aangaan van betalingsverplichtingen terwijl zij wist deze niet te kunnen nakomen en het besteden van geld aan online kansspelen.
De psychosociale problematiek van appellant was niet voldoende beheersbaar, wat de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen onzeker maakt. Het beroep op de hardheidsclausule werd verworpen. Het hof bevestigde daarmee de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.