ECLI:NL:PHR:2009:BJ7535
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling en niet-ontvankelijkheid hoger beroep
De schuldenaren waren in een schuldsaneringsregeling (WSNP) en de bewindvoerder verzocht tussentijds beëindiging wegens niet-naleving van verplichtingen. De rechtbank beëindigde de regeling en verklaarde de schuldenaren van rechtswege failliet. De schuldenaren stelden hoger beroep in, maar het hof verklaarde hen niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift geen gronden bevatte en een aanvullend beroepschrift te laat was ingediend.
De schuldenaren voerden in cassatie aan dat zij niet konden beschikken over de zittingsaantekeningen van de griffier, wat hun bewijspositie benadeelde en hun toegang tot informatie beperkte, in strijd met de Wet openbaarheid van bestuur, het Verdrag van Århus en het EVRM. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat de schuldenaren geen tijdige gronden hadden ingediend en geen voorbehoud hadden gemaakt voor aanvulling na ontvangst van het proces-verbaal.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat de griffiersaantekeningen geen zelfstandig processtuk vormen en dat de rechtbank geen bestuursorgaan is, zodat de Wob niet van toepassing is. Het Verdrag van Århus is niet van toepassing omdat het geen milieuaangelegenheid betreft. De klachten faalden en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de beëindiging van de schuldsaneringsregeling werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdige en voldoende gronden.