Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2012, 2013 en 2014, waaronder de vermogensrendementsheffing en een verzuimboete wegens het te laat indienen van de aangifte over 2013.
De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat de forfaitaire vermogensrendementsheffing mogelijk in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM op stelselniveau, maar dat rechterlijk ingrijpen alleen aan de orde is bij een individuele en buitensporige last. Het hof heeft dit oordeel uitgebreid naar 2012 en beoordeelde of belanghebbende een dergelijke last droeg.
Het hof concludeerde dat belanghebbende over voldoende inkomen uit werk, woning en vermogen beschikte om de belasting te voldoen, waardoor geen sprake was van een individuele buitensporige last. Daarnaast oordeelde het hof dat de verzuimboete terecht was opgelegd omdat de aangifte niet binnen de gestelde termijn door de Belastingdienst was ontvangen, ondanks dat belanghebbende de aangifte op tijd ter post had gebracht.
Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen en verzuimboete worden bevestigd.