Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
De behandeling van het verzet
De gronden
De proceskosten
De beslissing
cassatie is gericht.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank over de WOZ-waarde van een onroerende zaak. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn was voldaan.
Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en stelde dat het griffierecht slechts eenmaal verschuldigd was en dat de nota op zijn naam moest worden gesteld. Het hof oordeelde dat het griffierecht verschuldigd is door de indiener van het beroepschrift, ook indien dit door een gemachtigde wordt ingediend, en dat de griffierechtnota correct aan de gemachtigde was verzonden.
Het hof vond dat er geen sprake was van verwarring of onduidelijkheid over de zaak en dat van een professionele gemachtigde mag worden verwacht dat zij een goede administratie voert. Daarom was belanghebbende terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het verzet ongegrond verklaard.
Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door het hof te ’s-Hertogenbosch op 17 oktober 2019 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht.