In deze zaak in hoger beroep tussen een vennootschap als appellante en een verweerder, heeft het hof de procedurele gang van zaken vastgesteld, waaronder de indiening van diverse producties door partijen.
Een geschil ontstond over de ontvangst en toelating van producties 22 tot en met 32 door verweerder. Verweerders advocaat verzocht deze producties buiten beschouwing te laten, terwijl appellante stelde dat zij deze producties wel degelijk had toegezonden.
Het hof heeft verweerder in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over het verzoek om de producties buiten beschouwing te laten en tevens inhoudelijk over de producties. Het hof gaat ervan uit dat appellante de producties alsnog zal doen toekomen indien verweerder deze niet bezit.
De beslissing over de toelating van de producties en de verdere beoordeling van de zaak is aangehouden. De beschikking is gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2019.