Belanghebbende was houder van een motorrijtuig waarvan het kenteken vanaf 6 juli 2015 was geschorst. Op 9 juli 2015 constateerde de Inspecteur dat het voertuig geparkeerd stond op een openbare parkeerplaats, wat volgens de Wet MRB als gebruik van de weg wordt beschouwd. De Inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag en een verzuimboete op.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag en boete. De Inspecteur stelde hiertegen hoger beroep in bij het Hof. Tijdens de zittingen werden diverse stukken en foto’s overgelegd en besproken. Het Hof concludeerde dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat het voertuig op de openbare parkeerplaats stond en dat dit gebruik van de weg tijdens schorsing betrof.
Verder oordeelde het Hof dat belanghebbende niet had aangetoond dat sprake was van afwezigheid van alle schuld, waardoor de boete terecht was opgelegd. Het Hof vond de boete passend en geboden gelet op de ernst van de overtreding en de omstandigheden. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Ten slotte werd het griffierecht van de Inspecteur in hoger beroep niet geheven en werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.