ECLI:NL:GHSHE:2019:4571
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens onzekerheid toepassing artikel 197 Sr
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte wegens het verblijf als ongewenst vreemdeling in Nederland.
De ten laste gelegde feiten betreffen vier perioden waarin verdachte als vreemdeling verbleef terwijl hij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard, in strijd met artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkheid vanwege de langdurige onzekerheid over de toepassing van artikel 197 Sr Pro, mede door lopende prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie die nog niet zijn beantwoord.
Het hof overwoog dat het strafbare feit van relatief geringe ernst is, zonder concrete slachtoffers, en dat het aanzienlijke tijdsverloop sinds de feiten en de onzekerheid over de juridische kaders maken dat voortzetting van de vervolging niet redelijk of zinvol is. Daarom werd het vonnis van de politierechter vernietigd en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte wegens onzekerheid over artikel 197 Sr en het verstreken tijdsverloop.