ECLI:NL:GHSHE:2021:3909
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens voortijdige vervolging vreemdeling
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens het als vreemdeling verblijven in Nederland terwijl hij wist dat hij tot ongewenste vreemdeling was verklaard. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter omdat deze niet voldeed aan het motiveringsvereiste van artikel 359 Sv Pro en besloot het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. Dit vanwege het ontbreken van een strafrechtelijk belang, mede door de lange tijd sinds het tenlastegelegde en de prioritering van zwaardere zaken tijdens de coronacrisis.
Daarnaast speelde jurisprudentie van de Hoge Raad en het Hof van Justitie van de Europese Unie een belangrijke rol, waarin de toepasselijkheid en reikwijdte van artikel 197 Sr Pro in samenhang met de Terugkeerrichtlijn werd verduidelijkt. Sindsdien worden strafzaken tegen derdelanders wegens overtreding van artikel 197 Sr Pro veelal aangehouden of niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof overwoog dat artikel 197 Sr Pro betrekking heeft op misdrijven tegen het openbaar gezag zonder concrete slachtoffers en dat voortzetting van de vervolging in deze zaak niet opportuun is. Daarom werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis van de politierechter vernietigd.
Uitkomst: Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het ontbreken van een strafrechtelijk belang.