Uitspraak
Enexis B.V.,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Endinet B.V. vorderde in hoger beroep vernietiging van de vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant waarin was beslist dat de gemeenten de toetredingsovereenkomsten met Endinet rechtsgeldig hadden opgezegd. De overeenkomsten betreffen het recht van Endinet om gasleidingen in gemeentegrond te leggen en het regelen van kosten bij verlegging.
Het hof stelde vast dat de duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar zijn, ook als de wet of de overeenkomst geen regeling voor opzegging bevatten. Endinet voerde aan dat de overeenkomsten onlosmakelijk verbonden zijn met de verkoop van aandelen en daarom niet opzegbaar zouden zijn, maar het hof verwierp dit op grond van de contractuele bepalingen en het ontbreken van concrete feiten.
De gemeenten hadden de opzegging gebaseerd op gewijzigde maatschappelijke en zakelijke verhoudingen door liberalisering en privatisering van nutsbedrijven. Het hof oordeelde dat de eisen van redelijkheid en billijkheid niet meebrengen dat een zwaarwegende grond voor opzegging nodig is. Ook als dat wel zo zou zijn, waren de door gemeenten aangevoerde gronden voldoende zwaarwegend.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Endinet in de kosten van het hoger beroep. De vordering tot vestiging van opstalrechten kwam in hoger beroep niet aan de orde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat de gemeenten de duurovereenkomsten rechtsgeldig hebben opgezegd.