ECLI:NL:GHSHE:2019:574
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 2014 ondanks betwisting rendement Box 3
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2014, waarin het forfaitaire rendement van 4% in Box 3 werd toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Belanghebbende stelde dat hij over een periode van 12 jaar slechts een rendement van 9,93% behaalde, wat aanzienlijk lager is dan het forfaitaire rendement, en betoogde dat de aanslag een buitensporige last oplevert in de zin van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Het hof oordeelt dat belanghebbende onvoldoende feitelijke gegevens heeft aangevoerd om deze stelling te onderbouwen.
De rechtbank en het hof stellen vast dat de feiten en omstandigheden waarop de aanslag is gebaseerd niet zijn bestreden en dat eerdere klachten van belanghebbende over andere overheidsinstanties niet leiden tot vermindering van de aanslag. Het hof bevestigt dat de aanslag terecht is vastgesteld en wijst het hoger beroep af.
Ten aanzien van de proceskosten en het griffierecht oordeelt het hof dat geen vergoeding aan belanghebbende wordt toegekend. De schriftelijke uitspraak vervangt de mondelinge uitspraak waartegen reeds cassatieberoep is ingesteld.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag IB/PVV 2014 en verklaart het hoger beroep ongegrond.