Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende maakte kosten van €5.406 in verband met een ontslagprocedure in 2013 en 2014 en wilde deze kosten aftrekken van het belastbaar inkomen over 2015. De Inspecteur wees dit af en de Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep bevestigt het Hof deze uitspraak.
Het Hof verwijst naar de jurisprudentie van de Hoge Raad dat dergelijke kosten niet aftrekbaar zijn onder de Wet inkomstenbelasting 2001. Daarnaast oordeelt het Hof dat belanghebbende geen in rechte te beschermen vertrouwen kan ontlenen aan de aangifte of de communicatie van de Inspecteur dat deze kosten aftrekbaar zouden zijn.
Het Hof wijst erop dat verzoeken om toepassing van de hardheidsclausule of kwijtschelding bij de Minister van Financiën respectievelijk de Ontvanger dienen te worden ingediend. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd; de kosten van de ontslagprocedure zijn niet aftrekbaar.