Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
- Dat de Staat de canon niet jaarlijks kan indexeren;
- Voor recht te verklaren dat de canon voorafgaande aan 1 januari 2015 € 2.950,- bedroeg;
primair
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
- de grondwaarde wordt bepaald op de uit de WOZ-beschikking van het voorafgaande jaar blijkende grondwaarde, althans op een in goede justitie te bepalen wijze;
- de grondwaarde wordt gedeprecieerd met 40% althans met een in goede justitie te bepalen depreciatiepercentage;
- het canonpercentage wordt vastgesteld op de reële rente zoals gehanteerd bij vijfjarige staatsleningen in het jaar voorafgaande aan het jaar van herziening van de canon met een opslag van 0,5%.
6.De beslissing
2 april 2019voor het overleggen van een akte door beide partijen als bedoeld onder 5.11;