Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
6.De beoordeling
- De serviceflat “ [de serviceflat] ” is een gebouw aan de [adres 1] te [vestigingsplaats] .
- Bij notariële akte van 24 november 1972 (verder: de akte van splitsing) is het gebouw gesplitst in 114 appartementen en is de VvE opgericht. De VvE is een vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 5:124 BW Pro.
- In de akte van splitsing is een reglement als bedoeld in het toenmalige artikel 638f BW opgenomen. In dat reglement staan onder meer de navolgende bepalingen:
- Naast de VvE is opgericht de in bovengenoemd reglement vermelde “Coöperatie tot verlening van diensten aan de bewoners van de serviceflat “ [de serviceflat] ” U.A.” (hierna: de coöperatie). Volgens artikel 3 van Pro de statuten van de coöperatie beoogt de coöperatie: “het behartigen, zonder winstoogmerk, van de stoffelijke belangen harer leden, zowel op het gebied van huisvesting als van de huishouding”.
- De coöperatieve vereniging is per 31 december 2013 omgezet in een “gewone” vereniging, de Vereniging tot verlening van diensten aan de bewoners van de serviceflat “ [de serviceflat] ” (hierna: de VvD). Volgens artikel 2 lid 1 van Pro de statuten van de VvD is haar doel “het behartigen van de belangen van haar leden op zowel het gebied van huisvesting als van de huishouding en het verrichten van al hetgeen hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
- Enkele leden van de VvE, onder wie [geïntimeerde] , hebben in 2013 aan de VvE en de coöperatie meegedeeld dat zijn geen lid wilden worden van de VvD. De VvD heeft met ingang van 1 januari 2014 echter ook aan die leden van de VvE maandelijkse bijdragen in rekening gebracht. Enkele leden van de VvE, onder wie [geïntimeerde] , hebben de door de VvD in rekening gebrachte bijdragen geheel of ten dele onbetaald gelaten. De VvD heeft vervolgens in 2014 gerechtelijke procedures gestart tegen deze personen, onder wie [geïntimeerde] , en volledige betaling van de door haar in rekening gebrachte bijdragen gevorderd.
- Dit heeft geresulteerd in drie vonnissen van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 oktober 2014 (ECLI:NL:RBZWB:2014:9239, ECLI:NL:RBZWB:2014:9241 en ECLI:NL:RBZWB:2014:9245), waarin is geoordeeld dat de bedoelde personen, onder wie [geïntimeerde] , geen lid zijn van de VvD en waarin de vorderingen van de VvD tegen deze personen zijn afgewezen. De VvD heeft hoger beroep ingesteld tegen de drie vonnissen, waarna die vonnissen in hoger beroep door dit hof zijn bekrachtigd bij arresten van 19 april 2016 (ECLI:NL:GHSHE:2016:1515, ECLI:NL:GHSHE:2016:1516 en ECLI:NL:GHSHE:2016:1517).
- Naar aanleiding van de vonnissen van 15 oktober 2014 hebben de VvE en de VvD besloten tot een samenvoeging in die zin dat de VvD haar activiteiten met ingang van 1 januari 2015 zou beëindigen en de VvE mede de bijdragen in rekening zou gaan brengen die voorheen door de VvD in rekening werden gebracht. Overeenkomstig dat besluit heeft de VvD met ingang van 1 januari 2015 geen bedragen meer in rekening gebracht aan leden van de VvE en is de VvE-bijdrage met ingang van 1 januari 2015 dienovereenkomstig verhoogd.
- De algemene vergadering van de VvE heeft in haar vergadering van 3 december 2014 de begroting voor 2015 vastgesteld. De VvE-bijdrage voor een 3-kamer appartement is daarbij vastgesteld op € 344,-- per maand, te vermeerderen met een voorschot van € 60,-- per maand op de stookkosten. De bijdrage inclusief het genoemde voorschot is dus vastgesteld op € 404,-- per maand. De VvE-bijdrage voor een driekamerappartement bedroeg in 2014 € 170,-- exclusief stookkosten.
- De algemene vergadering van de VvE heeft in haar vergadering van 2 december 2015 de maandelijkse bijdragen voor 2016 op hetzelfde bedrag vastgesteld als voor 2015.
- [geïntimeerde] is eigenaar van het appartement [adres 2] te [vestigingsplaats] , een 3-kamer appartement in [de serviceflat] .
- [geïntimeerde] is als eigenaar van een appartementsrecht van rechtswege lid van de VvE. [geïntimeerde] is geen lid van de VvD.
- De VvE heeft aan [geïntimeerde] VvE-bijdragen in rekening gebracht overeenkomstig de besluiten van 3 december 2014 en 2 december 2015 tot vaststelling van de VvE-bijdragen over 2015 en 2016. [geïntimeerde] heeft de in rekening gebrachte bedragen ondanks aanmaningen en sommaties niet volledig voldaan.
- verantwoordelijk is voor onder meer de beleidsvoorbereiding ten behoeve van de beleidsbesluiten gericht op de continuïteit van de serviceorganisatie;
- inzicht heeft in de zeer diverse woon- en leefsituatie van de zelfstandig wonende senioren, en kennis heeft van regelgeving die te maken heeft met de specifieke organisatie van de serviceflat en van deze doelgroep;
- aansturend is bij contacten tussen interne dienstverlenende partijen zoals medewerkers en mantelzorgers etc.
- dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [geïntimeerde] zich op de nietigheid van het besluit beroept, en dat het beroep op die nietigheid daarom op grond van artikel 2:8 lid 2 BW Pro verworpen moet worden;
- dat, indien al sprake is van nietigheid van het besluit omdat bepaalde kostenposten niet passen in de statutaire taak van de VvE, de nietigheid slechts dat deel van het besluit betreft zodat het besluit voor het overige in stand blijft (art. 3:41 BW Pro).