Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
als rechtsopvolgster van [bank 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 7 augustus 2018;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 28 januari 2019.
6.De verdere beoordeling
2. […] Appel[l]ante, hierna te noemen “ [de bank] ”, is krachtens rechtsopvolging onder bijzondere titel thans als appe[l]lante in onderhavige procedure aan te merken en verzoekt om schorsing van de procedure. [..]
Van enige schorsingsgrond ex artikel 225 Rv Pro is derhalve geen sprake.”
memorie van antwoord tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel tevens houdende akte wijziging c.q. vermeerdering (grondslag) van eis in reconventie” genomen. Hij heeft als grief aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte de vordering van [geïntimeerde] heeft afgewezen. Vervolgens wijzigde hij zijn eis. Primair vordert hij thans schadevergoeding ter hoogte van € 350.000,= en subsidiair, indien de vordering van [de bank] toewijsbaar zou zijn, vergoeding van zijn schade voor zover de vordering van [geïntimeerde] die van [de bank] overstijgt. [geïntimeerde] heeft daarbij [de bank] aangeduid als geïntimeerde in incidenteel appel.
Die is nu afgevoerd als procespartij door uw roladministratie”. De vraag werd vervolgens gesteld hoe het zat met de reconventionele vordering van [geïntimeerde] op [holding] : “
Ik vraag me af of [holding] hier niet ook zou moeten zitten”, aldus mr. Spoormans tijdens de comparitie.
Over de regeling kan ik inhoudelijk geen uitspraken doen vanwege afgesproken geheimhouding”, aldus de advocaat van [de bank] ter zitting, die daar desgevraagd aan toevoegde: “
Waar niks is, kan niks gehaald worden.” [de bank] deelde verder mede dat “
de vordering niet was verlaagd”, en zij heeft haar eis in principaal hoger beroep dan ook niet verminderd.