Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Vereniging van eigenaars appartementen [VvE 200.236.732_01] te [vestigingsplaats] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.[geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Vereniging van eigenaars appartementen [VvE 200.236.848_01] te [vestigingsplaats] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure in beide zaken
- de op 25 september 2018 door de VvE en [appellante 2 200.236.732_01] genomen memorie van grieven, tevens houdende een wijziging van eis, met drie producties;
- de op 4 december 2018 door [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en de erven genomen memorie van antwoord, tevens houdende antwoordakte op de wijziging van eis, met vier producties;
- de op 29 januari 2019 door [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en de erven genomen akte met twee producties;
- de op 26 februari 2019 door de VvE en [appellante 2 200.236.732_01] genomen antwoordakte.
- de op 25 september 2018 door [appellante 200.236.848_01] als erfgenaam genomen memorie van grieven met twee producties;
- de op 4 december 2018 door de VvE en [geintimeerde 2 200.236.848_01] genomen memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, tevens houdende wijziging van eis, met drie producties;
- de op 26 februari 2019 door [appellante 200.236.848_01] als erfgenaam genomen memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
6.De beoordeling in beide zaken
- In rov. 6.2 geeft het hof een weergave van de vaststaande feiten.
- In rov. 6.3.1 tot en met 6.3.5. geeft het hof weer wat in eerste aanleg is gevorderd, en hoe de rechtbank daarover heeft geoordeeld en beslist.
- In rov. 6.4.1 tot en met 6.4.3 geeft het hof aan waarom sprake is van twee zaken in hoger beroep en hoe deze zaken met elkaar verband houden.
- In rov. 6.5.1 en 6.5.2 geeft het hof de in hoger beroep gewijzigde eis van de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] weer.
- In rov. 6.6.1 en 6.6.2 geeft het hof weer wat partijen in beide zaken met hun hoger beroep willen bereiken.
- In rov. 6.7.1 tot en met 6.7.4 constateert het hof dat het door de VvE en [geintimeerde 2 200.236.848_01] in zaak 200.236.848 ingestelde incidenteel hoger beroep buiten beschouwing moet worden gelaten.
- In rov. 6.8.1 tot en met 6.8.5 beoordeelt het hof naar aanleiding van de in zaak 200.236.848 door [appellante 200.236.848_01] als erfgenaam aangevoerde grief 1 of [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] in haar vordering kan worden ontvangen en of de volgens de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] geschonden norm mede strekt ter bescherming van de belangen van [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] .
- In rov. 6.9.1 tot en met 6.9.8 constateert het hof naar aanleiding van de in zaak 200.236.732 door de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] aangevoerde grief 1 dat de primaire vordering van de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] voorshands niet toewijsbaar lijkt.
- In rov. 6.10.1 tot en met 6.10.13 beoordeelt het hof de grieven 2 en 3 van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] als erfgenaam, die gericht zijn tegen het oordeel van de rechtbank dat [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] onrechtmatig heeft gehandeld.
- In rov. 6.11 constateert het hof dat grief 4 van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] als erfgenaam geen zelfstandige betekenis heeft.
- In rov. 6.12.1 tot en met 6.12.3 beoordeelt het hof op basis van grief 5 van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] als erfgenaam of de periode waarover [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] als erfgenaam schadevergoeding verschuldigd is, is geëindigd door het overlijden van [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] .
- In rov. 6.13.1 tot en met 6.13.8 onderzoekt het hof op basis van grief 7 van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] als erfgenaam of de door haar als erfgenaam verschuldigde schadevergoeding op de voet van de artikel 6:101 BW Pro en 6:109 BW verminderd moet worden.
- In rov. 6.14.1 tot en met 6.14.3 onderzoekt het hof op basis van grief 6 van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] als erfgenaam of zij als erfgenaam over de schadevergoeding de in het splitsingsreglement omschreven rente of slechts de wettelijke rente verschuldigd is.
- In rov. 6.15.1 en 6.15.2 beoordeelt het hof op basis van grief 8 van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] als erfgenaam of [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] terecht in de proceskosten van het geding in eerste aanleg aan de zijde van de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] is veroordeeld.
- In rov. 6.16.1 tot en met 6.16.7 beoordeelt het hof op basis van grief 2 van de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] of ook [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] onrechtmatig jegens de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] heeft gehandeld.
- In rov. 6.17.1 tot en met 6.17.5 gaat het hof in op de verweren van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] die op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep behandeld moeten worden in verband met het slagen van grief 2 van de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] .
- In rov. 6.18.1 tot en met 6.18.4 onderzoekt het hof op basis van grief 3 van de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] of de rechtbank het beroep van [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] op artikel 6:101 BW Pro terecht heeft gehonoreerd ten aanzien van de kosten van de veiling.
- In rov. 6.19.1 en 6.19.2 beoordeelt het hof op basis van grief 4 van de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] of zij in het geding in eerste aanleg terecht in de proceskosten aan de zijde van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] zijn veroordeeld.
- In rov. 6.20.1 tot en met 6.20.3 geeft het hof een voorlopig oordeel over de proceskosten van het hoger beroep in beide zaken.
- In rov. 6.21.1 tot en met 6.21.4 besluit het hof dit tussenarrest met een tussenconclusie.
- In de jaren 2006 / 2007 heeft [Vastgoed Combinaties] Vastgoed Combinaties B.V. (hierna: [Vastgoed Combinaties] ) als projectontwikkelaar een appartementencomplex gebouwd, [VvE 200.236.732_01] genaamd, gelegen aan de [adres] in [plaats] .
- Op 7 juli 2005 is voor het toen nog te bouwen appartementencomplex een notariële akte van voorgenomen splitsing opgemaakt. Daarbij is vermeld dat de te bouwen onroerende zaak, zijnde de gemeenschap, wordt gesplitst in de appartementsrechten [genummerd 1] recht gevend op het uitsluitend gebruik van bewoning, [aantal] recht gevend op het uitsluitend gebruik van een commerciële ruimte, [genummerd 2] recht gevend op het uitsluitend gebruik van een berging en [appartementsnummer] recht gevend op het uitsluitend gebruik van een automatische parkeergarage voor 59 personenauto’s in de kelder. In de akte is de oprichting van de VvE opgenomen en ook de vaststelling van een reglement van de VvE.
- [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en wijlen [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] (hierna [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] ) zijn onder huwelijkse voorwaarden met elkaar in het huwelijk getreden. [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] is enkele weken nadat het in dit hoger beroep bestreden vonnis van 3 januari 2018 is gewezen, op 21 januari 2018 overleden. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] is executeur van de nalatenschap en enig erfgenaam. Zij heeft de nalatenschap van [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] aanvaard.
- Toen [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] nog leefde, woonden [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] en [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] in [woonplaats] . Zij hebben nimmer in [VvE 200.236.732_01] gewoond.
- [geintimeerde 1 en erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] Beheer B.V. (hierna: [geintimeerde 1 en erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] Beheer) is op 14 augustus 1984 opgericht. In de voor dit geding relevante periode waren [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] en [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] beiden aandeelhouder en zelfstandig bevoegd bestuurder van [geintimeerde 1 en erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] Beheer).
- In de jaren 2007 en 2008 heeft [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] door koop en levering in totaal 11/59 onverdeeld aandeel in appartementsrecht [appartementsnummer] in eigendom gekregen. Zij heeft dat aandeel met een commerciële c.q. beleggingsdoelstelling gekocht.
- De parkeergarage is voorzien van een automatisch parkeersysteem. De bestuurder dient een auto die hij in de parkeergarage wil parkeren, op een plateau te rijden. Daarna wordt de auto door een geautomatiseerd systeem op een van de 59 beschikbare parkeerplaatsen geschoven.
- Voorafgaand aan de aankoop, heeft [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] kennis genomen van een brochure over het automatische parkeersysteem. In die brochure staat onder meer het volgende:
- De VvE heeft jaarlijks de door de gemeenschappelijke eigenaren van appartementsrecht [appartementsnummer] te betalen kosten in vergadering vastgesteld. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] heeft de voor haar rekening komende kosten steeds betaald. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] heeft geen gebruik gemaakt van de parkeerplaatsen en deze ook niet verhuurd aan derden.
- In de notulen van de bijzondere ledenvergadering van de VvE van 14 april 2008 staat onder meer het volgende:
- Op 13 april 2012 is [Vastgoed Combinaties] (de projectontwikkelaar die het appartementencomplex heeft gerealiseerd) failliet verklaard. [Vastgoed Combinaties] was voor 7/59e deel deelgenoot in de parkeergarage. Zij heeft als gevolg van haar faillissement haar aandeel in de kosten niet langer voldaan.
- In de notulen van de bijzondere ledenvergadering van de VvE van 23 mei 2012 staat onder meer het volgende:
- [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] hebben als productie 3 bij de conclusie van antwoord een op 4 juli 2012 gedateerde “
- In de notulen van de bijzondere ledenvergadering van de VvE van 16 augustus 2012 staat onder meer het volgende:
Per 1 augustus is de onderhoudsovereenkomst met [service- en onderhoudsbedrijf] beëindigd. De VvE is overeengekomen dat deze wordt voortgezet tot 1 september waarbij [service- en onderhoudsbedrijf] hoofdaannemer is en [bedrijf 1] de uitvoerende partij voor [service- en onderhoudsbedrijf] .
Er zijn nog regelmatig storingen aan de machine. Onderzocht is of [Vastgoed Combinaties] c.q. [betrokkene 2] aansprakelijk kan worden gesteld. [Vastgoed Combinaties] is inmiddels failliet. Vanwege de hoge kosten die gemoeid zijn met procederen is ervoor gekozen om geen verdere stappen te ondernemen richting [betrokkene 2] .
De kosten welke dit jaar door [service- en onderhoudsbedrijf] in rekening zijn gebracht, betreft een hoeveelheid storingen over de afgelopen 4 jaar. Het bedrag is achteraf ineens in rekening gebracht.
Er is met [service- en onderhoudsbedrijf] uitgebreid gesproken over deze facturen.
Er wordt een korte toelichting gegeven over de historie van de machine, het contract met [service- en onderhoudsbedrijf] en de oorzaak van de breuk tussen [service- en onderhoudsbedrijf] en [bedrijf 2] , hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot opzegging van de onderhoudsovereenkomst door [service- en onderhoudsbedrijf] .
Aangegeven wordt dat de overstap naar [bedrijf 1] zal leiden tot extra kosten. Dit betreft onder andere een camera systeem in de garage en wijziging van de roldeur van de garage. Hierop zal nog worden teruggekomen zodra alle benodigde investeringen bekend zijn.
- Op 25 september 2012 heeft [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] , handelend voor zich in privé en handelend als zelfstandig bevoegd directeur van [geintimeerde 1 en erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] Beheer, de vennootschap [de vennootschap] opgericht. Volgens de akte van oprichting heeft [de vennootschap] onder meer als doel “
- Bij notariële akte van 25 september 2012 heeft [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] op grond van een door haar met [de vennootschap] gesloten koopovereenkomst voormeld 11/59 onverdeeld aandeel in appartementsrecht [appartementsnummer] geleverd aan [de vennootschap] tegen betaling van een koopsom van € 198.000,--. In het procesdossier bevindt zich een onvolledige kopie van de akte. Volgens punt 44 van de inleidende dagvaarding staat in de akte onder meer het volgende:
- [geintimeerde 1 en erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] Beheer heeft op 25 september 2012 aan [de vennootschap] een lening verstrekt van € 202.139,34. Daarmee is voormelde kooprijs door [de vennootschap] aan [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] betaald. [de vennootschap] heeft tot zekerheid voor de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de geldleningsovereenkomst aan [geintimeerde 1 en erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] Beheer een recht van hypotheek verstrekt op 11/59 onverdeeld aandeel in appartementsrecht [appartementsnummer] tot een bedrag van € 350.000,--.
- [de vennootschap] heeft vanaf het moment van levering nooit enig deel van de door de VvE vastgestelde kosten betaald. [de vennootschap] heeft geen gebruik gemaakt van enige parkeerplaats, noch heeft zij enig aandeel in appartementsrecht [appartementsnummer] verhuurd of verkocht.
- Op 2 april 2013 is de ontwikkelaar van het geautomatiseerde parkeersysteem, [service- en onderhoudsbedrijf] B.V., failliet verklaard.
- Bij vonnis van 5 maart 2014 heeft de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, [de vennootschap] op vordering van de VvE veroordeeld om aan de VvE te betalen € 10.623,23 aan achterstallige maandelijkse bijdragen, vermeerderd met wettelijke handelsrente over € 9.545,36 vanaf 8 mei 2013 tot de dag van voldoening, en om aan de VvE de proceskosten van € 1.147,82 te betalen. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld.
- De VvE heeft geprobeerd het vonnis van 5 maart 2014 ten uitvoer te leggen door middel van executoriale verkoop van het aan [de vennootschap] toebehorende 11/59 onverdeeld aandeel in appartementsrecht [appartementsnummer] . De poging tot executoriale verkoop heeft bij gebreke van enige bieding geen resultaat opgeleverd, maar wel kosten voor de VvE meegebracht.
- Bij brief van 13 december 2016 heeft de advocaat van de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] aan [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] en [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] onder meer het volgende meegedeeld:
- A. te verklaren voor recht dat de rechtshandelingen (verkoop en levering) waarmee [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] het 11/59 onverdeeld aandeel in appartementsrecht [appartementsnummer] heeft verkocht en in eigendom heeft overgedragen aan [de vennootschap] , nietig zijn;
- B. veroordeling van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] tot betaling van de servicekosten die sedert 25 september 2012 onbetaald zijn gebleven, vermeerderd met rente;
- A. te verklaren voor recht dat [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] jegens de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] en de gemeenschap van deelgerechtigden onrechtmatig hebben gehandeld en aldus hoofdelijk gehouden zijn de door hen geleden en in de toekomst te lijden schade te vergoeden;
- B. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van schadevergoeding, zoals aan het slot van de conclusie van repliek omschreven;
- De VvE is bevoegd om de in geding zijnde vorderingen tegen [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] in te stellen (rov. 3.3).
- [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] is bevoegd om de in geding zijnde vorderingen tegen [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] in te stellen (rov. 3.4).
- De feiten die de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] aanvoeren zijn ontoereikend om het oordeel op te kunnen baseren dat het subjectieve oogmerk of de subjectieve bedoeling van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en [de vennootschap] was om hen voordeel en in het bijzonder de deelgenoten in de gemeenschap nadeel toe te brengen. De primaire vorderingen jegens [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] moeten daarom worden afgewezen (rov. 3.7).
- [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] heeft onrechtmatig gehandeld jegens de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] door als bestuurder van [de vennootschap] met het sluiten van de overeenkomst met [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] de verplichting jegens de VvE op zich te nemen tot het betalen van de maandelijkse bijdrage voor 11 parkeerplaatsen, terwijl hij wist of behoorde te weten dat [de vennootschap] niet aan die verplichting zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden. [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] is dus aansprakelijk voor de schade die het gevolg van zijn handelen is (rov. 3.9 tot en met 3.11).
- Er is niet komen vast te staan dat [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] met haar echtgenoot [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] de constructie heeft bedacht en/of met subjectieve wetenschap van die constructie daaraan heeft meegewerkt. Onrechtmatig handelen van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] is dus niet komen vast te staan, zodat de subsidiaire vordering jegens [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] niet toewijsbaar is (rov. 3.12 en 3.13).
- De subsidiaire vordering A is jegens [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] in die zin toewijsbaar dat voor recht zal worden verklaard dat [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] jegens de gemeenschap van deelgerechtigden in appartementsrecht [appartementsnummer] onrechtmatig heeft gehandeld en aldus gehouden is de door die gemeenschap geleden en te lijden schade te vergoeden (rov. 3.14).
- De door [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] te vergoeden schade met betrekking tot de onverhaalbare vordering over de periode tot en met 2016 bedraagt € 63.879,64. De schade met betrekking tot de onverhaalbare bijdrageplicht over 2017 bedraagt twaalf maal het maandelijkse voorschotbedrag van € 1.189,21. Ter zake de periode vanaf 1 januari 2018 is een verwijzing naar de schadestaatprocedure gerechtvaardigd (rov. 3.15).
- Overeenkomstig artikel 6 van Pro het reglement is de wettelijke rente verhoogd met twee procentpunten toewijsbaar, vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van elke termijn (rov. 3.16).
- Het beroep van [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] op artikel 6:101 BW Pro faalt ten dele en slaagt ten dele (rov. 3.17 en 3.18).
- om ten behoeve van die gemeenschap aan de VvE te betalen een bedrag van € 63.879,64 voor de maandelijkse bijdrageplicht tot en met 2016, te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6 van Pro het reglement, te berekenen steeds vanaf een maand na het opeisbaar worden van iedere maandtermijn tot de dag van algehele betaling;
- om ten behoeve van die gemeenschap aan de VvE te betalen een bedrag van twaalf maal € 1.189,21 voor de maandelijkse bijdrageplicht over 2017, te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6 van Pro het reglement, te berekenen steeds vanaf een maand na het opeisbaar worden van iedere maandtermijn tot de dag van algehele betaling;
- om ten behoeve van die gemeenschap aan de VvE te betalen een schadevergoeding over de periode vanaf 1 januari 2018, en om aan die gemeenschap te betalen schadevergoeding, in beide gevallen nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
- [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] in de proceskosten van VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] veroordeeld, inclusief nakosten en vermeerderd met wettelijke rente;
- de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] in de proceskosten van [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] (het hof leest dit als de proceskosten van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] ) veroordeeld, vermeerderd met wettelijke rente;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- A. Te verklaren voor recht dat de rechtshandelingen (verkoop en levering) waarmee [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] het elf/negenenvijftigste onverdeeld aandeel in het appartementsrecht nummer [appartementsnummer] , welk appartementsrecht recht geeft op het uitsluitend gebruik van een automatische parkeergarage voor negenenvijftig personenauto’s, gelegen in de kelder, aan de [adres] te [plaats] , plaatselijk ongenummerd, kadastraal bekend gemeente Breda, sectie [sectieletter] nummer [sectienummer] , heeft verkocht en in eigendom heeft overgedragen aan [de vennootschap] nietig zijn;
- B. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] te veroordelen om ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE € 63.879,64 te betalen voor de maandelijkse bijdrageplicht tot en met 2016, te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6 van Pro het reglement, te berekenen steeds vanaf een maand na het opeisbaar worden van iedere maandtermijn;
- C. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] te veroordelen om ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE te betalen twaalf maal € 1.189,21 voor de maandelijkse bijdrageplicht over 2017, te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6 van Pro het reglement, te berekenen steeds vanaf een maand na het opeisbaar worden van iedere maandtermijn;
- D. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] te veroordelen om ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE € 1.798,72 (11 maal € 163,52) te betalen, zijnde het exploitatietekort 2017, te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6 van Pro het reglement;
- E. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] te veroordelen om ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE te betalen € 1.224,85 per maand vanaf 1 januari 2018 voor de maandelijkse bijdrageplicht over 2018 en volgende jaren (tot het moment van het wijzen van het arrest), te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6 van Pro het reglement, te berekenen steeds vanaf een maand na het opeisbaar worden van iedere maandtermijn;
- F. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] te veroordelen om ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE te betalen de door de vergadering van de VvE vast te stellen servicekosten voor de toekomst zolang zij rechthebbende is van het 11/59e deel van de eigendom, te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6 van Pro het reglement, te berekenen steeds vanaf een maand na het opeisbaar worden van iedere maandtermijn;
- G. met veroordeling van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] in de proceskosten van beide instanties, inclusief nakosten, te vermeerderen met rente, en met veroordeling van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] om aan de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] de door hen aan [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] betaalde proceskosten terug te betalen, vermeerderd met rente.
- A. Te verklaren voor recht dat [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] jegens de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] en de gemeenschap van deelgerechtigden onrechtmatig hebben gehandeld en aldus hoofdelijk gehouden zijn de door hen geleden en in de toekomst te lijden schade te vergoeden;
- B. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en de erven [de erven van erflater 200.236.732_01] hoofdelijk te veroordelen:
- 1. om ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE te betalen € 63.879,64 voor de maandelijkse bijdrageplicht tot en met 2016, te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6 van Pro het reglement, te berekenen steeds vanaf een maand na het opeisbaar worden van iedere maandtermijn;
- 2. om ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE te betalen twaalf maal € 1.189,21 voor de maandelijkse bijdrageplicht over 2017, te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6 van Pro het reglement, te berekenen steeds vanaf een maand na het opeisbaar worden van iedere maandtermijn;
- 3. om ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE te betalen € 1.798,72 (11 maal € 163,52) zijnde het exploitatietekort 2017, te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6 van Pro het reglement;
- 4. om ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE te betalen € 1.224,85 per maand vanaf 1 januari 2018 voor de maandelijkse bijdrageplicht over 2018 en volgende jaren (tot het moment van het wijzen van het arrest), te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6 van Pro het reglement, te berekenen steeds vanaf een maand na het opeisbaar worden van iedere maandtermijn;
- 5. om de schade die de VvE heeft geleden ten gevolge van haar vergeefse pogingen om haar vordering op [de vennootschap] te incasseren, ad € 5.938,41, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 7 mei 2016 aan de VvE te betalen;
- C. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en de erven [de erven van erflater 200.236.732_01] hoofdelijk te veroordelen om aan de VvE, ten behoeve van de gemeenschap der deelgerechtigden, als vergoeding van toekomstige schade te betalen telkens op het moment van opeisbaar worden daarvan, de te vervallen termijnen (servicekosten) zoals die worden vastgesteld door de vergadering van de VvE vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de verschijndagen, althans [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en de erven [de erven van erflater 200.236.732_01] te veroordelen ten behoeve van de gemeenschap aan de VvE te betalen een schadevergoeding voor de toekomstige termijnen, nader op te maken bij staat over de periode waarover het hof niet meteen zal beslissen;
- D. [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] en de erven [de erven van erflater 200.236.732_01] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, inclusief nakosten, vermeerderd met rente.
- het alsnog geheel afwijzen van de vorderingen tegen [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] ;
- hoofdelijke veroordeling van de VvE en [appellante 2 200.236.732_01 en geintimeerde 2 200.236.848_01] tot terugbetaling van hetgeen [de erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] naar aanleiding van het bestreden vonnis aan hen heeft voldaan, vermeerderd met wettelijke rente;
- de oprichting van [de vennootschap] , en
- de verstrekking van de hypothecaire geldlening door [geintimeerde 1 en erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] Beheer aan [de vennootschap] ,
- en de overdracht van het 11/59 onverdeeld aandeel van [geintimeerde 1 200.236.732_01 en appellante 200.236.848_01] in appartementsrecht [appartementsnummer] (inclusief de aan dat aandeel verbonden verplichting om de maandelijkse bijdragen te voldoen) aan [de vennootschap] ,
- a. niet op een eerder moment de verkoop van het 11/59 onverdeeld aandeel aan [de vennootschap] te vernietigen;
- b. door de gebruiksrechten niet zelf op de veiling te kopen;
- c. door niet te pogen om met [de vennootschap] een minnelijke regeling te treffen.
- dat zij op 25 september 2012 wist dat het bezit van het 11/59 onverdeeld aandeel haar al vier tot vijf jaar alleen maar elke maand geld had gekost, in de vorm van de betaling van de maandelijkse bijdragen die zij als eigenaresse van het 11/59 onverdeeld aandeel aan de VvE verschuldigd was;
- dat zij op 25 september 2012 wist dat er technische problemen waren met betrekking tot het automatische parkeersysteem, dat de leverancier [service- en onderhoudsbedrijf] het onderhoud niet langer wilde uitvoeren en dat het onderbrengen van het onderhoud bij [bedrijf 1] tot extra kosten zou leiden;
- dat zij op 25 september 2012 wist dat de maandelijkse kosten in 2012 al € 108,47 per parkeerplaats bedroegen, en dat een verhoging hiervan te verwachten was door het faillissement van [Vastgoed Combinaties] van 13 april 2012, omdat [Vastgoed Combinaties] ook voor 7/59e deel deelgenoot was in de parkeergarage, en zij als gevolg van haar faillissement haar aandeel in de kosten niet meer voldeed;
- dat het op 25 september 2012 voor haar duidelijk moet zijn geweest dat een rendabele exploitatie van haar 11/59 aandeel in de parkeergarage niet mogelijk was en dat een voortgezet bezit van dat aandeel voor haar alleen een voortduren van de daarmee verband houdende maandelijkse lasten zou betekenen;
- dat zij op 25 september 2012 wist dat het realiseren van een positief resultaat zou alleen mogelijk was als alle 11 de parkeerplaatsen doorlopend verhuurd zouden zijn voor minimaal € 108,47 per maand en dat dit niet tot de reële mogelijkheden behoorde;
- dat zij wist of behoorde te begrijpen dat dit te meer gold voor [de vennootschap] , aangezien die bv ook nog maandelijkse hypotheeklasten moest voldoen ter zake het door haar van [geintimeerde 1 en erflater 200.236.732_01 en 200.236.848_01] Beheer B.V. geleende bedrag;
- dat zij wist of behoorde te weten dat [de vennootschap] , waarin zij middellijk aandeelhouder was, geen andere inkomsten had;
- dat de waarde van € 198.000,-- die genoemd is in het taxatierapportje van [taxateur] van 4 juli 2012, elk realiteitsgehalte ontbeerde.