Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Metaalbewerkingsbedrijf,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Stichting Sociaal Fonds Metaal en Techniek,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6007746 CV EXPL 17-2395)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
Wij kunnen éénmalig instemmen met een betalingsregeling van 12 maandelijkse termijnen. Uw cliënt dient een totaal bedrag van € 98.013,91, inclusief de reeds opgelegde rente en boete c.q. buitengerechtelijke invorderingskosten, te voldoen. (…)
(…) Thans resteert in totaal in negen vorderingen, een bedrag van € 14.252,10. Wij stellen u in de gelegenheid dit bedrag in drie maandelijkse termijnen aan ons te voldoen. (…)”
(…) Wij gaan akkoord met een betalingsregeling van € 5.286,22 per maand. (… ) Het openstaand saldo van de vordering bedraagt € 15.800,08 te vermeerderen met de nog te vervallen rente en exclusief nog te maken kosten. (…).”
(…) In bovengenoemd dossier heeft u een betalingsregeling getroffen. U bent de afspraken die bij deze regeling horen niet nagekomen. Op dit moment bedraagt uw achterstand € 5.286,22 en is het totaalsaldo van de vordering € 15.811,12. (…).”.
in alle gevallen tegen behoorlijk bewijs van kwijting en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 april 2017 (over respectievelijk € 25.342,10, € 5.438,94 en € 1.797,04);
in conventiede vorderingen van PMT c.s. afgewezen en PMT c.s. in de proceskosten veroordeeld, die aan de zijde van [Services] zijn begroot op nihil.
In reconventieis de vordering van [Services] ook afgewezen en [Services] is in de proceskosten veroordeeld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
€ 98.013,91, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten. [Services] legt zich in hoger beroep erbij neer dat zij geen aanspraak heeft op terugbetaling van de betaalde rente en kosten, omdat zij niet stipt iedere 15e van de maand kon betalen.
€ 28.318,61, € 1.014,58 en € 335,22 zullen alsnog worden toegewezen. OOM en SMFT hebben wettelijke rente gevorderd over bedragen die hoger zijn dan deze vorderingen, namelijk over € 5.438,94 en € 1.797,04. Zij hebben niet nader toegelicht waarom de wettelijke rente over die hogere bedragen verschuldigd is. Wanneer sprake is geweest van deelbetalingen, dan had de vordering ter zake wettelijke rente daaraan aangepast dienen te worden. Het hof kan daartoe niet zelf overgaan. Nu OOM en SMFT geen, althans onvoldoende toelichting hebben gegeven op dit punt zal de wettelijke rente worden gemaximeerd tot de hoofdsommen die [Services] volgens OOM en SFMT nog aan hen is verschuldigd (te weten € 1.014,58 en € 335,22). De wettelijke rente zal worden toegewezen zoals hierna te melden. De grieven 1 en 2 slagen in zoverre.