Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de vof 1] ,
[de vof 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 6129322 CV EXPL 17-4201)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de door [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] genomen memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis in reconventie, met producties;
- de door Natuurmonumenten genomen memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met een productie;
- de door [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] genomen memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties.
3.De beoordeling
- a. Bij huurovereenkomst van 6 maart 1990 heeft Natuurmonumenten met ingang van 1 mei 1990 voor een periode van 15 jaren aan [de huurder] de (horeca)bedrijfsruimte genaamd ‘De Venkraai’ (hierna ook aan te duiden als “het boshuis” of als “het gehuurde”) verhuurd. Het gehuurde is gelegen in het natuurterrein Oisterwijkse Bossen en Vennen aan het adres [adres 1] te [vestigingsplaats] .
- b. Door indeplaatsstelling is [de vof 2] met ingang van 1 april 2003 huurster van het boshuis geworden.
- c. Artikel 10 sub a van Pro de huurovereenkomst luidt voor zover thans van belang als volgt:
zal de huurder het gehuurde:
- d. Artikel 22 van Pro de huurovereenkomst bevat een regeling die inhoudt dat de huurder onder bepaalde omstandigheden een opvolger ter goedkeuring aan Natuurmonumenten kan voordragen, en een regeling over een vergoeding voor niet afgeschreven investeringen van de huurder voor het geval Natuurmonumenten niet instemt met een voorgedragen opvolger.
- e. De door [de vof 2] aan Natuurmonumenten verschuldigde huurprijs bedroeg ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding (28 juni 2017) € 12.766,80 exclusief btw per jaar (€ 1.063,90 exclusief btw per maand).
- f. Vóór de totstandkoming van de hierna te vermelden “Overeenkomst van commanditaire vennootschap” van 12 juni 2009, hebben de zussen [zus 1] en [zus 2] (hierna: “de dames [de dames] ”) gedurende enkele jaren in loondienst van [de vof 2] werkzaamheden in het boshuis verricht.
- g. Op 12 juni 2009 zijn [vennoot 1] en [vennoot 2] in hun hoedanigheid van vennoten van [de vof 2] een ‘Overeenkomst van commanditaire vennootschap’ aangegaan met de dames [de dames] . In deze overeenkomst (hierna ook aan te duiden als de CV-akte) zijn de dames [de dames] aangeduid als de vennoten sub 1 en 2 en als de beherende vennoten, terwijl [de vof 2] is aangeduid als venno(o)t(en) sub 3 en als commanditaire vennoot. In de considerans van de CV-akte staat onder meer het volgende:
1. De overeenkomst van commanditaire vennootschap heeft tot doel de gezamenlijke
uitoefening van een horecagelegenheid (café-restaurant).
2. De vennoten zetten gezamenlijk het bedrijf voort dat tot de ingangsdatum door de
vennoten sub 3 in de vorm van een vennootschap onder firma werd geëxploiteerd.
1. Op de ingangsdatum worden in het vennootschappelijk vermogen van de
commanditaire vennootschap ingebracht:
eventueel aanwezige goodwill;
2. De vennoten sub 3 ontvangen van de vennoten sub 1 en 2 voor hun inbreng een
vergoeding van € 107.000,00 (zegge: één honderd en zeven duizend euro) exclusief de eventueel daarover verschuldigde BTW per jaar, hierna te noemen: de vergoeding welke aan hen in twaalf gelijke maandelijkse termijn wordt voldaan voor of op de eerste van iedere maand. (...)
7. De vennoten sub 1 en 2 dien zelf zorg te dragen voor een contract betreffende gas,
6. De vennoten sub 3 zijn als commanditaire vennoot niet bevoegd enige daad van
beheer te verrichten.
7. De vennoten sub 3 zijn niet bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen.”
- h. De commanditaire vennootschap (hierna: de CV) is met als oprichtingsdatum 30 juli 2009 ingeschreven in het handelsregister. De CV draagt de naam [CV] (het hof veronderstelt dat [CV] staat voor [de zussen] ) en de handelsnaam Boshuis Venkraai.
- i. Bij brief van 11 december 2009 heeft de heer [de beheerder] (hierna: [de beheerder] ), Beheerder Midden-Brabant van Natuurmonumenten, aan [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] het volgende meegedeeld:
“Natuurmonumenten heeft uit het handelsregister (…) opgemaakt dat per 30 juli 2009 bij de oprichting van een commanditair vennootschap [CV] de damens [de dames] , beherend vennoten, thans café Boshuis Venkraai exploiteren. U heeft zich beiden teruggetrokken en bent thans uitsluitend commanditair vennoot.
“Op 13 januari 2010 hebben wij elkaar gesproken over de exploitatie van Boshuis Venkraai en de juridische constructie die daarvoor door u is gekozen. Dit naar aanleiding van onze brief van december 2009.
- k. Bij brief van 13 november 2013 heeft de advocaat van Natuurmonumenten aan [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] meegedeeld dat Natuurmonumenten voornemens is de huurprijs te verhogen tot een volgens Natuurmonumenten marktconforme huurprijs van € 29.000,-- per jaar. Bij e-mail van 4 december 2013 hebben [vennoot 1] en [vennoot 2] hierop gereageerd en voorgesteld de huurprijs te bepalen op € 19.253,60 exclusief btw per jaar. De partijen hebben daarover destijds geen overeenstemming bereikt.
- l. Op 1 januari 2016 zijn [vennoot 1] en [vennoot 2] “in hun hoedanigheid van vennoten van de tussen hen bestaande vennootschap onder firma [de vof 2] ” met de dames [de dames] een schriftelijke aanvulling overeengekomen bij de CV-akte.
- m. Bij brief van 17 juni 2016 heeft Natuurmonumenten aan [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] onder meer het volgende meegedeeld:
“Op 10 december 2013 heeft u met de heer [medewerker van Natuurmonumenten] van Natuurmonumenten afspraken gemaakt over onder meer een nieuwe huurprijs van € 25.000,00 in te gaan op 1 januari 2014.
2. Voor natuurmonumenten is het feit dat de v.o.f. huurrechten aan de cv heeft overgedragen een zeer zwaarwegend punt. Uit praktisch oogpunt en coulance staat Natuurmonumenten in uw specifieke geval echter toe dat de huurovereenkomst door de v.o.f. wordt voortgezet. Echter wel onder de voorwaarde dat de v.o.f. – in overleg met en goedkeuring van Natuurmonumenten – deze tekortkoming uiterlijk op 1 januari 2021 heeft opgeheven.
(…)
7. Indien deze brief en de bijgevoegde huurovereenkomst niet uiterlijk 1 juli 2016 voor akkoord zijn ondertekend (van beide stukken dient Natuurmonumenten uiteraard ook op uiterlijk die dag een afschrift te ontvangen), vervallen de ad 1 t/m 6 gemaakte afspraken, en behoudt Natuurmonumenten zich het recht voor om in rechte een huuraanpassing te vorderen, alsmede u aan te spreken op het feit dat het gehuurde in gebruik is gegeven aan een derde, hetgeen tot beëindiging van de huurovereenkomst kan en zal leiden.”
- n. [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] hebben niet ingestemd met de in de brief van 17 juni 2016 gestelde voorwaarden om te komen tot een nieuwe huurovereenkomst.
- o. Bij brief van 9 maart 2017 heeft de advocaat van Natuurmonumenten aan [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] onder meer het volgende meegedeeld:
“U huurt met ingang van 1 april 2003 van Natuurmonumenten de horeca-bedrijfsruimte ‘Boshuis Venkraai’ (…). De huidige huurprijs bedraagt € 1.063,90 per maand (€ 12.766,-- per jaar).
- primair: ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeling van [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] tot ontruiming van het gehuurde;
- subsidiair: vaststelling van de datum waarop de lopende huurovereenkomst zal eindigen op 15 maart 2018, althans op een in goede justitie te bepalen datum, met hoofdelijke veroordeling van [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] om uiterlijk op de vast te stellen beëindigingsdatum van de huurovereenkomst het gehuurde te ontruimen;
- tot betaling aan Natuurmonumenten van € 743.008,--, te vermeerderen met € 8.751,-- per maand met ingang van april 2017, tot aan de dag van beëindiging van de huurovereenkomst, althans tot betaling van een in goede justitie te bepalen bedrag;
- tot betaling van de buitengerechtelijke kosten;
- [de vof 2] heeft door middel van de op 12 juni 2009 gesloten CV-akte het gehuurde tegen betaling van een vergoeding in gebruik gegeven aan (de beherende vennoten van) de CV. Dit moet worden gekwalificeerd als een (onder)huurovereenkomst. Natuurmonumenten heeft daar geen toestemming voor gegeven, zodat [de vof 2] in strijd heeft gehandeld met de tussen haar en Natuurmonumenten geldende huurovereenkomst. [de vof 2] is dus tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst (rov. 4.3).
- Deze tekortkoming is niet van een zodanig bijzondere aard of geringe betekenis dat zij een ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt (rov. 4.5).
- De tussen Natuurmonumenten en [de vof 2] bestaande huurovereenkomst wordt daarom ontbonden en [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] worden daarom veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde (rov. 4.6).
- De ontbinding van de huurovereenkomst is een declaratoire uitspraak die niet uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard. De veroordeling tot ontruiming van het gehuurde wordt wel uitvoerbaar bij voorraad verklaard (rov. 4.7).
- Er kan niet worden vastgesteld dat Natuurmonumenten schade heeft geleden door de verboden onderverhuur. Daarom is de op artikel 6:104 BW Pro gebaseerde vordering van Natuurmonumenten tot veroordeling van [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] tot betaling van € 743.008,--, te vermeerderen met € 8.751,-- per maand met ingang van april 2017 tot aan de beëindiging van de huurovereenkomst, niet toewijsbaar (rov. 4.8).
- De vordering van Natuurmonumenten ter zake buitengerechtelijke incassokosten is niet toewijsbaar (rov. 4.9).
- De vordering van [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] in reconventie om de commanditaire vennootschap [CV] in de plaats te stellen van [de vof 2] als huurder van Natuurmonumenten wordt afgewezen (rov. 4.10).
- Aan de in reconventie door [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] voorwaardelijk ingestelde vordering tot vergoeding van genoten voordeel op de voet van artikel 7:308 BW Pro kan niet worden toegekomen omdat de huurovereenkomst niet door opzegging eindigt (rov. 4.11).
- de tussen partijen bestaande huurovereenkomst betreffende de bedrijfsruimte ontbonden;
- [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] hoofdelijk veroordeeld om binnen 4 weken na de betekening van het vonnis de bedrijfsruimte te ontruimen en, onder inlevering van de sleutels, ter vrije beschikking van Natuurmonumenten te stellen.
- [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] hoofdelijk in de proceskosten van de gedingen in conventie en reconventie veroordeeld, inclusief nakosten en vermeerderd wettelijke rente;
- het vonnis in conventie en in reconventie uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- een conservatoir beslag op de onroerende zaak van [vennoot 1] en [vennoot 2] aan de [adres 2] in [vestigingsplaats] ;
- een conservatoir derdenbeslag onder de Rabobank;
- een conservatoir derdenbeslag onder de dames [de dames] .
- Op 19 maart 2018 heeft Natuurmonumenten het bestreden vonnis van 14 maart 2018 aan [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] laten betekenen, en hen bevolen het boshuis binnen 4 weken, dus uiterlijk op 16 april 2018, te ontruimen.
- Tussen de betrokken partijen heeft vervolgens overleg plaatsgevonden over een geruisloze overgang waarbij een huurovereenkomst tot stand zou komen tussen Natuurmonumenten en de dames [de dames] , zodat het niet tot een feitelijke ontruiming van het boscafé hoefde te komen.
- [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] hebben vervolgens een vaststellingsovereenkomst gesloten met de dames [de dames] . In die overeenkomst is neergelegd dat de onderneming zal worden voortgezet door de dames [de dames] in de vorm van een vof. Ook heeft [de vof 2] bij die vaststellingsovereenkomst de activa (roerende zaken), goodwill en handelsnaam “Boshuis Venkraai” aan de dames [de dames] verkocht per 16 april 2018 voor € 140.000,-- exclusief btw.
- In verband daarmee heeft [de vof 2] haar naam per 16 april 2018 gewijzigd in [de vof 1]
- De dames [de dames] zijn met ingang van 16 april 2018 het boshuis rechtstreeks van Natuurmonumenten gaan huren.
- Om het bovenstaande mogelijk te maken hebben [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] een afstandsverklaring ondertekend, waarin zij uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk afstand hebben gedaan van de huur- en exploitatierechten op het boshuis en de daarin gedreven onderneming. In deze verklaring hebben zij zich wel het recht voorbehouden hoger beroep in te stellen tegen het bestreden vonnis, waarbij zij hebben verklaard dat een eventuele vernietiging van dat vonnis er niet toe kan leiden dat zij de huur- en exploitatierechten weer kunnen opeisen.
- 1. een verklaring voor recht dat Natuurmonumenten onrechtmatig heeft gehandeld jegens [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] door op 26 januari 2018 conservatoire derdenbeslagen te leggen onder de dames [de dames] en onder de Rabobank en door conservatoir beslag te leggen op de woning van [vennoot 1] en [vennoot 2] , en door die beslagen te handhaven;
- 2. een verklaring voor recht dat Natuurmonumenten onrechtmatig heeft gehandeld jegens [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] door het bestreden vonnis van 14 maart 2018 ten uitvoer te leggen en [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] te dwingen tot ontruiming van de bedrijfsruimte;
- 3. veroordeling van Natuurmonumenten tot opheffing van het onder de Rabobank gelegde derdenbeslag en het op de woning van [vennoot 1] en [vennoot 2] gelegde beslag, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- 4. veroordeling van Natuurmonumenten tot betaling aan [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] van € 1.372.640,82, dan wel van een in goede justitie te betalen bedrag met voor de overige schade een veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat, vermeerderd met rente;
- vernietiging van het betreden vonnis voor zover het betreft de gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen van Natuurmonumenten in conventie, de afwijzing van de vorderingen van [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] in reconventie en de veroordeling van [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] in de proceskosten in conventie en in reconventie;
- afwijzing alsnog van de vorderingen van Natuurmonumenten in conventie tot ontbinding van de huurovereenkomst en tot ontruiming van het gehuurde;
- toewijzing van de gewijzigde eis van [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] in reconventie;
- veroordeling van Natuurmonumenten in de proceskosten van het geding in eerste aanleg in conventie en in reconventie, en van het hoger beroep.
- bekrachtiging van het vonnis voor zover in principaal hoger beroep aangevochten;
- vernietiging van het vonnis voor zover daarbij de vorderingen van Natuurmonumenten ter zake van schadevergoeding op de voet van artikel 6:104 BW Pro en ter zake van buitengerechtelijke kosten zijn afgewezen;
- hoofdelijke veroordeling van [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] om aan Natuurmonumenten een schadevergoeding ex artikel 6:104 BW Pro van € 764.655,-- te betalen;
- hoofdelijke veroordeling van [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] om aan Natuurmonumenten ter zake buitengerechtelijke kosten € 5.490,04 te betalen;
- In de considerans van de overeenkomst staat dat de dames [de dames] de onderneming, die tot op dat moment door [de vof 2] werd geëxploiteerd, voor eigen rekening en risico gaan voortzetten.
- In artikel 1 van Pro de overeenkomst staat onder meer dat het bedrijf met ingang van de ingangsdatum voor rekening en risico van de dames [de dames] wordt uitgeoefend.
- In artikel 4 lid 1 staat Pro dat de dames [de dames] (de beherende vennoten) hun arbeid, vlijt, kennis en relaties inbrengen.
- In artikel 4 lid 1 staat Pro voorts dat [de vof 2] onder meer het gebruik en genot van de huurrechten met betrekking tot het boshuis inbrengt.
- In artikel 4 lid 2 staat Pro dat de dames [de dames] voor de inbreng van [de vof 2] een vergoeding van € 107.000,-- exclusief de eventueel verschuldigde btw per jaar verschuldigd zijn, aan [de vof 2] te voldoen in twaalf gelijke maandelijkse termijnen.
- In artikel 5 lid 1 staat Pro dat [de vof 2] op de ingangsdatum van de CV de op dat moment aanwezige voorraden tegen de alsdan geldende inkoopvoorwaarden verkoopt aan de dames [de dames] .
- Volgens artikel 8 lid 7 dienen Pro de dames [de dames] zelf te zorgen voor contracten betreffende gas, water, elektra, leveranciers, afvalverwerking c.a., het supportsysteem betreffende de kassa en de meldkamer en bewakingsdienst betreffende het alarmsysteem.
- In de andere leden van artikel 8 staan Pro verplichtingen voor de dames [de dames] die tot op zekere hoogte overeenstemmen met verplichtingen die huurders van bedrijfsruimte in huurovereenkomsten op zich plegen te nemen.
- Volgens artikel 9 lid 6 zijn Pro [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] als commanditaire vennoot niet bevoegd enige daad van beheer te verrichten.
- Volgens artikel 10 wordt Pro het jaarlijkse bedrijfsresultaat van de CV
- de exploitatie van het boshuis niet is overgedragen;
- dat [de vof 2] en de CV het boshuis gezamenlijk exploiteren;
- dat opvolging c.q. indeplaatsstelling niet aan de orde is en ook niet het doel is.
“wetenschap had van en heeft ingestemd met de gewijzigde huurverhouding.”(punt 54 memorie van grieven). Dit betoog vormt een herhaling van het gestelde in de toelichting op de eerdere grieven. Het hof heeft dat betoog in het bovenstaande al behandeld en verworpen. Wat [de vof 2] , [vennoot 1] en [vennoot 2] in de toelichting op grief IV hebben gesteld, brengt het hof niet tot een ander oordeel.
“Daarnaast wijs ik u er op dat u voor overzetting van de huur van de bedrijfsruimte op de dames [de dames] dan wel op de commanditaire vennootschap een machtiging tot indeplaatsstelling dient te vorderen.”
4.De uitspraak
- veroordeelt Natuurmonumenten tot opheffing van het onder de Rabobank gelegde derdenbeslag en het op de onroerende zaak van [vennoot 1] en [vennoot 2] aan de [adres 2] te [vestigingsplaats] gelegde beslag, binnen veertien dagen na betekening van dit arrest;
- veroordeelt Natuurmonumenten tot betaling van een dwangsom van € 250,-- voor iedere dag dat zij in gebreke blijft om aan de zojuist genoemde veroordeling te voldoen, en bepaalt dat boven een bedrag van € 10.000,-- geen verdere dwangsommen worden verbeurt;