Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
De behandeling van het verzet
De gronden
De proceskosten
De beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raadwww.hogeraad.nl.
www.hogeraad.nl).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was in beroep gegaan tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2011, inclusief een verzuimboete en heffingsrente. De rechtbank had uitspraak gedaan op 11 oktober 2018, welke uitspraak op 23 oktober 2018 aan partijen werd verzonden. De termijn voor het indienen van het hoger beroepschrift bedroeg zes weken, eindigend op 4 december 2018, met een posttermijn tot 11 december 2018.
Belanghebbende stuurde het hoger beroepschrift vier weken na de uitspraak van de rechtbank, maar dit was eerst onjuist geadresseerd en retour gekomen. Vervolgens werd het opnieuw verzonden op 30 november 2018, maar het hof stelde vast dat het beroepschrift pas op 20 december 2018 bij de griffie binnenkwam, met een poststempel van 17 december 2018. Dit overschreed de termijn, waardoor belanghebbende niet-ontvankelijk werd verklaard.
Belanghebbende bracht geen redenen aan om het verzuim te rechtvaardigen. Het hof oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was en verklaarde het verzet ongegrond. Er zijn geen proceskosten opgelegd. De uitspraak is op 28 mei 2020 gedaan en partijen zijn hiervan in kennis gesteld.
Uitkomst: Belanghebbende is terecht niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het hoger beroepschrift.