Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 6 november 2018 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 10 januari 2019;
- de memorie van grieven met productie;
- de memorie van antwoord met producties.
6.De beoordeling
- een mailbericht van 6 augustus 2015 van [medewerker van Autoschade] (hierna: [medewerker van Autoschade] ) van Autoschade [Autoschade] dat hij heeft gezonden aan [medewerker van Allianz] van Allianz (prod. 6 bij dagvaarding in eerste aanleg),
- een schriftelijke verklaring van [het echtpaar] gericht aan [medewerker van Allianz] (prod. 5 bij dagvaarding in eerste aanleg), en
- de tijdens het voorlopig getuigenverhoor afgelegde getuigenverklaringen van: [appellant] zelf, [medewerker van Autoschade] , [getuige 1] en [getuige 2] (prod. 8 bij dagvaarding in eerste aanleg).
- het proces-verbaal van 16 april 2015 (prod. 2 bij dagvaarding in eerste aanleg) van verbalisanten [verbalisant 2] (hierna: [verbalisant 2] ) en [verbalisant 1] (hierna: [verbalisant 1] ), en
- de tijdens het voorlopig getuigenverhoor afgelegde getuigenverklaringen van [verbalisant 2] en [verbalisant 1] (de laatste in contra-enquête, prod. 9 bij dagvaarding in eerste aanleg).
Ik was druk met iets in de auto”en
“niet geconcentreerd op de weg”. Naar het oordeel van het hof kan een dergelijke onoplettendheid niet worden aangemerkt als roekeloosheid in de hierboven bedoelde zin. Dat [appellant] de auto niet tijdig terug de weg op heeft kunnen sturen, kan evenmin als roekeloos worden gekwalificeerd.
- het bestreden tussenvonnis van 11 januari 2018 zal worden vernietigd, en
- het bestreden eindvonnis van 5 april 2018 zal worden vernietigd, met uitzondering van het daarin opgenomen bevel aan Allianz tot het binnen 14 dagen na het vonnis ongedaan maken c.q. doen verwijderen van de externe verwijzingsregistratie van [appellant] in de databank van de CIS en de melding van [appellant] aan het CBV, onder gelijktijdige overlegging van een bewijs van doorhaling c.q. verwijdering aan [appellant] ,
- de vordering van [appellant] tot uitkering van de geclaimde schade van
7.De uitspraak
- € 3.478,69, vermeerderd met de wettelijke daarover vanaf 11 juni 2015; en
- € 472,87;