Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/356694 / KG ZA 19-164)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 12 juni 2019 met grieven;
- de op 25 juni 2019 door [appellante] genomen akte met twee producties (genummerd 22 en 23);
- de door CZ Groep genomen memorie van antwoord van 20 augustus 2019;
- het op 13 december 2019 gehouden pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de door [appellante] bij brief van 26 november 2019 toegezonden producties 24 tot en met 29, die [appellante] bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
- Is CZ Groep gehouden om op de door [appellante] gewenste voorwaarden een overeenkomst met [appellante] te sluiten ter zake door [appellante] aan verzekerden van CZ Groep te leveren zorg?
- Indien die vraag ontkennend wordt beantwoord en [appellante] als niet-gecontracteerde zorgaanbieder zorg verleent aan verzekerden van CZ Groep: mag CZ Groep dan jegens patiënten van [appellante] een beroep doen op het in haar polisvoorwaarden opgenomen cessieverbod en verbod tot het verlenen van toestemming voor rechtstreekse betalingen aan niet-gecontracteerde zorgverleners.
- CZ Groep is een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1 onder Pro b van de Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw).
- [appellante] is een instelling in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en heeft haar hoofdkantoor in [vestigingsplaats 1] . [appellante] heeft vestigingen in [vestigingsplaats 2] , [vestigingsplaats 3] , [vestigingsplaats 4] , [vestigingsplaats 5] , [vestigingsplaats 6] en [vestigingsplaats 7] . De behandelaren die voor [appellante] werken, doen dat als zzp’er.
- De Zvw in op 1 januari 2006 ingevoerd. Een kenmerk van de Zvw is dat de (private) zorgverzekeraars onderling moeten concurreren om de gunst van de verzekerden. Zij kunnen daarbij gebruik maken van de keuzemogelijkheden die de Zvw hen laat, zoals de keuze tussen het aanbieden van natura- en/of restitutieverzekeringen, het aantal zorgaanbieders waarmee overeenkomsten ter zake het aanbieden van zorg worden gesloten en de hoogte van de verzekeringspremie.
- Bij een restitutieverzekering koopt een verzekerde zelf zorg in en voldoet hij de kosten daarvan aan de zorgverlener. De verzekerde kan de kosten vervolgens declareren bij de zorgverzekeraar, die de kosten dan (eventueel verminderd met een eigen risico of een aftrek) aan de verzekerde voldoet (restitueert). Bij een naturaverzekering heeft een verzekerde in beginsel geen recht op vergoeding van de kosten voor de verleende zorg, maar recht op de zorg zelf. Om aan de verplichting tot het leveren van die zorg (in natura) te voldoen, sluit de zorgverzekeraar overeenkomsten met zorgaanbieders over de te verlenen zorg of dienst en de daarvoor door de zorgverzekeraar aan de zorgverlener te betalen prijs.
- In artikel 13 lid 1 van Pro de Zvw is bepaald, kort gezegd, dat een verzekerde die een naturaverzekering heeft, er toch voor kan kiezen om de zorg te betrekken van een andere dan de door de zorgverzekeraar gecontracteerde aanbieder. De verzekerde heeft dan recht op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding van de voor deze zorg of dienst gemaakte kosten. Volgens vaste rechtspraak mag die vergoeding niet zo laag zijn dat dit een feitelijke hinderpaal vormt voor het inroepen van zorg bij een niet-gecontracteerde zorgaanbieder (zie onder meer HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1646, rov. 3.5.7).
- In 2013 heeft [appellante] een offerte ingediend bij CZ Groep om een contract af te sluiten voor contractjaar 2014. Het is toen niet tot een overeenkomst gekomen, omdat partijen geen overeenstemming konden bereiken over het door CZ Groep gehanteerde omzetplafond in de aan [appellante] aangeboden zorgovereenkomst.
- In 2014 hebben [appellante] en CZ Groep onderhandeld over een overeenkomst voor het contractjaar 2015. CZ Groep heeft deze offerte niet verder in behandeling genomen, onder meer omdat [appellante] volgens CZ Groep niet voldeed aan bepaalde noodzakelijke voorwaarden.
- Ook over de contractjaren 2016, 2017 en 2018 is geen overeenkomst tussen [appellante] en CZ Groep tot stand gekomen. [appellante] heeft in al deze jaren als niet-gecontracteerde zorgaanbieder zorg verleend aan patiënten van CZ Groep.
- Arteria Consulting heeft in december 2017 een rapport gepubliceerd met bevindingen uit een onderzoek naar gecontracteerde en niet-gecontracteerde zorg in de wijkverpleging. Het Talma-instituut, verbonden aan de Vrije Universiteit, heeft in december 2017 een rapport gepubliceerd met bevindingen uit een onderzoek naar de uitgavengroei van de niet-gecontracteerde zorg in de GGZ en de wijkverpleging. Arteria Consulting heeft op 4 juli 2018 een rapport uitgebracht over de zorguitgaven bij niet-gecontracteerde zorgverlening in de GGZ. Uit deze rapporten blijkt dat bij een aantal typen van zorg in de wijkverpleging en de GGZ de vergoede zorgkosten per patiënt bij niet-gecontracteerde zorg hoger liggen dan bij gecontracteerde zorg.
- Op 11 juli 2018 is het “Bestuurlijk akkoord geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 2019 t/m 2022” tot stand gekomen. Bij het vaststellen van dit akkoord zijn meerdere partijen betrokken geweest, waaronder verenigingen van zorgaanbieders, Zorgverzekeraars Nederland (waarin CZ Groep en andere zorgverzekeraars zijn verenigd) en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op blz. 15 van het akkoord staat onder meer het volgende:
- Zvw-partijen zeggen elkaar medewerking toe op enerzijds bovenstaande acties om het contracteringsproces te verbeteren en anderzijds om het aandeel niet-gecontracteerde zorg te laten dalen in (onderdelen van) de ggz waar dit aantoonbaar ondoelmatige zorg betreft. Hiertoe maken partijen de volgende afspraken.
- (…)
- Om de kostenbeheersing van de zorg te bevorderen benutten zorgverzekeraars in de huidige praktijk het cessieverbod en het machtigingsvereiste. Als jurisprudentie hiertoe aanleiding geeft, wordt dit gezamenlijk beoordeeld en bezien of en hoe met wetgeving het gebruik van deze instrumenten kan worden versterkt.”
- Het inkoopbeleid van CZ Groep met betrekking tot GGZ is voor het contractjaar 2019 neergelegd in het document “CZ Zorginkoopbeleid 2019”.
- In bijlage 1 van het CZ Zorginkoopbeleid 2019 is onder andere het volgende opgenomen:
- Naar aanleiding van deze offerte heeft in de maanden augustus, september en oktober 2018 een e-mailwisseling plaatsgevonden tussen CZ Groep en [appellante] .
- Op 7 november 2018 heeft naar aanleiding van de offerte en de daarover gevoerde correspondentie een bespreking plaatsgevonden tussen mevr. [medewerker van de cz-groep 1] en dhr. [medewerker van de cz-groep 2] van CZ Groep en dhr. [directeur van de vennootschap] , directeur van [appellante] .
- [appellante] heeft vervolgens bij e-mailberichten van 27 november 2018, 18 december 2018 en 7 januari 2019 gevraagd om duidelijkheid over “de contractering” van [appellante] .
- Per 1 januari 2019 bevatten de polisvoorwaarden van CZ Groep, die onderdeel uitmaken van de zorgverzekeringen tussen de verzekerden en CZ Groep, onder artikel a.19.1. de navolgende bepaling:
- Als u recht hebt op vergoeding, betalen wij het bedrag aan u (verzekeringnemer) op het bankrekeningnummer (IBAN) dat bij ons bekend is.
- Zorgverleners met wie wij een overeenkomst hebben gesloten, kunnen hun rekeningen rechtstreeks bij ons indienen. Wij betalen dan rechtstreeks aan hen.
- Gaat u naar zorgverleners met wie wij geen overeenkomst hebben gesloten, dan ontvangt u van hen de rekening. Die kunt u vervolgens bij ons indienen.
- U kunt uw vordering op ons niet overdragen aan zorgverleners met wie wij geen overeenkomst hebben gesloten, of aan welke ander derde dan ook.
- U kunt aan zorgverleners met wie wij geen overeenkomst hebben gesloten, of aan welke andere derde dan ook, geen toestemming geven om namens u te declareren of voor u een betaling in ontvangst te nemen.”
- [appellante] heeft bij e-mail van 14 januari 2019 aan CZ Groep laten weten dat [appellante] een overeenkomst wil zonder omzetplafond, dan wel een meerjarencontract waarin een substantieel groeipad van het omzetplafond wordt afgesproken.
- Bij e-mail van 28 februari 2019 heeft CZ Groep aan [appellante] onder meer het volgende meegedeeld:
- I.
- II.
- III.
- IV.
- a. een beroep te doen op het cessieverbod uit de polisvoorwaarden, op straffe van een dwangsom;
- b. een beroep te doen op de polisvoorwaarden met betrekking tot het verbod op het geven van toestemming voor uitbetaling van declaraties op de rekening van de zorgaanbieder (of andere derde) en/of het verbod om toestemming te geven aan de zorgaanbieder om namens de patiënt te declareren of voor hem een betaling in ontvangst te nemen;
- c. cessie door patiënten van [appellante] die verzekerd zijn bij CZ Groep toe te staan, en op basis van deze cessie de zorgkosten rechtstreeks over te maken aan [appellante] ;
- d. patiënten van [appellante] die verzekerd zijn bij CZ Groep toe te staan om toestemming te geven aan [appellante] om namens hen te declareren of voor hen een betaling in ontvangst te nemen en toe te staan dat declaraties van patiënten van [appellante] op een andere rekening worden uitbetaald, en op basis van die opdracht op een andere rekening de zorgkosten rechtstreeks over te maken aan [appellante] ;
- [appellante] heeft een spoedeisend belang bij de door haar gevorderde voorzieningen. De vorderingen kunnen daarom in kort geding worden beoordeeld (rov. 3.7).
- CZ Groep handelt niet onrechtmatig door te weigeren aan [appellante] een overeenkomst zonder omzetplafond of een overeenkomst volgens ‘Variant 2’ aan te bieden. CZ Groep mocht ermee volstaan aan [appellante] een overeenkomst onder ‘Variant Basis’ met omzetplafond aan te bieden. De vorderingen I, II en III zijn daarom niet toewijsbaar (rov. 3.8 en 3.9).
- Vordering IV strekt er feitelijk toe dat CZ Groep van patiënten van [appellante] geen nakoming zal verlangen van verbintenissen die deze verzekerden jegens CZ Groep op zich hebben genomen. Dat betreft verbintenissen uit een contractuele relatie tussen CZ Groep en haar verzekerden. [appellante] is geen partij bij die contractuele relatie (rov. 3.12).
- Artikel 3:83 lid 2 BW Pro bepaalt dat de overdraagbaarheid van vorderingsrechten kan worden uitgesloten door een beding tussen schuldeiser (in dit geval: de verzekerde) en schuldenaar (in dit geval: CZ Groep). CZ Groep kan er belang bij hebben geen andere schuldeisers te hebben dan degenen met wie zij een contractuele relatie heeft, in dit geval haar verzekerden. Het staat CZ Groep in beginsel vrij om dergelijke bedingen in haar polisvoorwaarden op te nemen (rov. 3.13).
- Kenmerk van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder is dat deze in beginsel haar declaraties naar haar cliënten stuurt. De cliënt dient deze declaraties zelf in bij de zorgverzekeraar, die de factuur van de zorgaanbieder rechtstreeks aan de verzekerde betaalt. [appellante] kan als niet-gecontracteerde zorgaanbieder haar kosten dan ook juist niet rechtstreeks bij de zorgverzekeraar in rekening kan brengen. Dit is een door de wetgever beoogd gevolg van de keuze om de zorgverzekeraar de vrijheid te geven om zijn wettelijke zorgplicht in te vullen door zorg te contracteren of door het aan de verzekerde over te laten zelf de nodige zorg te zoeken (of een combinatie daarvan). Er is geen regel waaruit volgt dat een niet-gecontracteerde zorgaanbieder niettemin recht heeft op de mogelijkheid van rechtstreekse declaratie bij de zorgverzekeraar (rov. 3.14).
- Onder bijzondere omstandigheden kan het opnemen van een cessieverbod (of soortgelijk verbod) in de polisvoorwaarden echter wel onrechtmatig zijn jegens een niet-gecontracteerde zorgaanbieder. Daarvoor dient getoetst te worden aan de criteria zoals uiteengezet in het arrest van de Hoge Raad van 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1355 (rov. 3.15)
- De stelplicht en bewijslast daarover rusten op [appellante] (rov. 3.16).
- [appellante] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar financiële belangen zwaarder dienen te wegen dan het belang van CZ Groep bij het hanteren van de in de polisvoorwaarden opgenomen verboden (cessieverbod en verbod tot rechtstreekse betaling) als controlemiddel en middel voor kostenbeheersing (rov. 3.17).
- Het door CZ Groep opnemen van een cessieverbod in de polisvoorwaarden is niet in strijd met artikel 6 van Pro de Mededingingswet (rov. 3.18).
- Het hanteren van het cessieverbod en het verbod tot rechtstreekse betaling is dus niet onrechtmatig jegens [appellante] . Vordering IV moet daarom worden afgewezen (rov. 3.19).
- het alsnog toewijzen van haar vorderingen;
- veroordeling van CZ Groep om al hetgeen [appellante] ter uitvoering van het bestreden vonnis aan CZ Groep heeft voldaan, aan [appellante] terug te betalen, vermeerderd met wettelijke rente;
- veroordeling van CZ Groep in de proceskosten van beide instanties, inclusief nakosten en vermeerderd met wettelijke rente.
- de door de Nederlandse Zorgautoriteit vastgestelde “Regeling TH / NR-011 Transparantie zorginkoopproces Zvw”;
- het eigen Zorginkoopbeleid 2019 van CZ c.s.
- Uit het door CZ Groep geformuleerde zorginkoopbeleid blijkt dat een overeenkomst volgens ‘Variant 2’ alleen kan worden gesloten met instellingen die in het jaar dat aan het contractjaar voorafgaat, ook een zorgleveringsovereenkomst met CZ Groep hadden gesloten. Zoals het hof hiervoor in rov. 3.6.3 heeft overwogen, staat het CZ Groep vrij om dat beleid te voeren en daar ook in dit geval aan vast te houden. Aan dat beleid ligt de niet onredelijke gedachte ten grondslag dat CZ Groep ten aanzien van partijen met wie zij reeds een zorgleveringsovereenkomst heeft, beter kan beoordelen of zij voor variant 2 in aanmerking komen dan ten aanzien van partijen met wie zij nog geen zorgleveringsovereenkomst heeft en ten aanzien waarvan slechts via het restitutie-systeem declaraties worden voldaan.
- CZ Groep heeft onder verwijzing naar haar zorginkoopbeleid gemotiveerd uiteengezet dat variant 2 bedoeld is voor zorgaanbieders die behandelingen kunnen bieden waarvoor CZ Groep geen alternatief kan vinden wanneer zij (in verband met wachttijden) probeert te bemiddelen om zorg voor verzekerden te vinden. Het gaat daarbij volgens CZ Groep om doelgroepen die gespecialiseerde zorg vragen, zoals klinische opnamen en crisiszorg, of de behandeling van ernstige persoonlijkheidsstoornissen, waarbij multidisciplinaire zorg moet worden geleverd. CZ Groep heeft gemotiveerd uiteengezet dat [appellante] deze zorg niet of slechts in zeer beperkte mate biedt.
- [appellante] wenst variant 2 te benutten om haar omzet aanzienlijk te verhogen. CZ Groep heeft gemotiveerd uiteengezet dat variant 2 daar niet voor is bedoeld.
- Vordering IV strekt er feitelijk toe dat CZ Groep van patiënten van [appellante] geen nakoming zal verlangen van verbintenissen die deze verzekerden jegens CZ Groep op zich hebben genomen. Dat betreft verbintenissen uit een contractuele relatie tussen CZ Groep en haar verzekerden. [appellante] is geen partij bij die contractuele relatie (rov. 3.12).
- Artikel 3:83 lid 2 BW Pro bepaalt dat de overdraagbaarheid van vorderingsrechten kan worden uitgesloten door een beding tussen schuldeiser (in dit geval: de verzekerde) en schuldenaar (in dit geval: CZ Groep). CZ Groep kan er belang bij hebben geen andere schuldeisers te hebben dan degenen met wie zij een contractuele relatie heeft, in dit geval haar verzekerden. Het staat CZ Groep in beginsel vrij om dergelijke bedingen in haar polisvoorwaarden op te nemen (rov. 3.13).
- Kenmerk van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder is dat deze in beginsel haar declaraties naar haar cliënten stuurt. De cliënt dient deze declaraties zelf in bij de zorgverzekeraar, die de factuur van de zorgaanbieder rechtstreeks aan de verzekerde betaalt. [appellante] kan als niet-gecontracteerde zorgaanbieder haar kosten dan ook juist niet rechtstreeks bij de zorgverzekeraar in rekening kan brengen. Dit is een door de wetgever beoogd gevolg van de keuze om de zorgverzekeraar de vrijheid te geven om zijn wettelijke zorgplicht in te vullen door zorg te contracteren of door het aan de verzekerde over te laten zelf de nodige zorg te zoeken (of een combinatie daarvan). Er is geen regel waaruit volgt dat een niet-gecontracteerde zorgaanbieder niettemin recht heeft op de mogelijkheid van rechtstreekse declaratie bij de zorgverzekeraar (rov. 3.14).
- CZ Groep en andere zorgverzekeraars hebben er belang bij om de verlening van niet-gecontracteerde zorg enigszins te bemoeilijken, althans niet te vergemakkelijken. Dit belang houdt verband met het mede door de overheid ondersteunde streven om de zorgkosten beheersbaar te houden en daartoe de kosten van niet-gecontracteerde zorg niet veel verder te laten stijgen in die onderdelen van de GGZ waar dit aantoonbaar ondoelmatige zorg betreft.
- CZ Groep heeft er (evenals andere zorgverzekeraars) belang bij dat de verzekerde zelf mede fungeert als controleur van de rechtmatigheid van de voor zorgverlening verzonden facturen, doordat de verzekerde die facturen als gevolg van het cessieverbod en het verbod van rechtstreekse betaling zelf moet indienen bij CZ Groep.