Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 21 augustus 2018 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast en de daarin vermelde processtukken;
- het proces-verbaal van comparitie van 17 oktober 2018;
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord met producties;
- het bericht van [appellanten c.s.] van 3 januari 2020 met het verzoek om schriftelijk pleidooi in plaats van de geplande pleidooizitting van 22 januari 2020;
- het bericht van [geïntimeerde] van 3 januari 2020 met de mededeling dat [geïntimeerde] instemt met een schriftelijk pleidooi;
- het bericht van het hof van 10 januari 2020 inhoudende de verwijzing van de zaak naar de rol van 25 februari 2020 voor het overleggen van de pleitnotities van partijen;
- de door [appellanten c.s.] ten behoeve van de rol van 25 februari 2020 ingediende pleitaantekeningen met producties 8 en 9;
- de door [geïntimeerde] ten behoeve van de rol van 25 februari 2020 ingediende pleitaantekeningen;
- het bericht van [appellanten c.s.] van 25 februari 2020 naar aanleiding van de opmerking van [geïntimeerde] in zijn pleitaantekeningen over de lengte van de pleitaantekeningen van [appellanten c.s.] ;
- het bericht van [geïntimeerde] van 25 februari 2020, herhaald op 26 februari 2020, met bezwaar tegen productie 9 van [appellanten c.s.] en het verzoek deze productie niet aan de gedingstukken toe te voegen;
- het bericht van 26 februari 2020 van [appellanten c.s.] met de reactie op het bezwaar tegen productie 9;
- het bericht van het hof van 5 maart 2020 inhoudende de beslissing dat het bezwaar van [geïntimeerde] tegen de lengte van de pleitaantekeningen van [appellanten c.s.] wordt verworpen en dat op het bezwaar van [geïntimeerde] tegen productie 9 van [appellanten c.s.] door de behandelend kamer zal worden beslist.