Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/331515/HA ZA 17-384)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte van 8 januari 2019 van [Vastgoed Management] ;
- de antwoordakte van 5 februari 2019 van VvE.
3.De beoordeling
“het aanvragen van offertes en het beoordelen hiervan op hoofdlijnen.
eerste griefaangevoerd dat kortgezegd de rechtbank ten onrechte de vorderingen van VvE heeft beoordeeld op de grondslag van onverschuldigde betaling, nu deze grondslag, zo begrijpt het hof, slechts in de marge van de comparitie van partijen in eerste aanleg door VvE is aangevoerd. Aldus is deze grondslag in strijd met artikel 130 lid 1 Rv Pro ingebracht, zodat de rechtbank daar geen acht op had mogen slaan. [Vastgoed Management] is door de rechtbank ook niet in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, waardoor een verrassingsbeslissing is bewerkstelligd.
grief 2heeft [Vastgoed Management] toegelicht dat de noodzaak om de instemming van de algemene vergadering te verkrijgen uitsluitend – overeenkomstig artikel 39 lid 3 van Pro de akte van rectificatie van splitsing – geldt ingeval van het aangaan van overeenkomsten tot het in eigendom verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen mits na daartoe verkregen schriftelijke volmacht van de vergadering.
4.De uitspraak
- veroordeelt [Vastgoed Management] tot betaling aan VvE van een bedrag van € 9.198,71;
- wijst de vorderingen van VvE op grond van schadevergoeding betrekking hebbend op de factuur van [juridisch adviseur] en Delta als hierboven bedoeld alsnog af;
- wijst de vorderingen van VvE op grond van onverschuldigde betaling betrekking hebbend op de factuur SEPA/IBAN als hiervoor bedoeld alsnog af;
- wijst de wettelijke rente toe over een bedrag aan hoofdsom van € 9.198,71 vanaf de dag van de inleidende dagvaarding;
- veroordeelt [Vastgoed Management] tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten ad € 875,00
- compenseert de proceskosten in de eerste aanleg;
- veroordeelt [Vastgoed Management] in de proceskosten van het hoger beroep gevallen aan de zijde van VvE en tot op heden vastgesteld op € 1.978,00 aan griffierecht en € 1.611,00 aan kosten advocaat;
- verklaart dit arrest wat de veroordelingen betreft alsnog uitvoerbaar bij voorraad.
- bepaalt dat VvE hetgeen door [Vastgoed Management] ter uitvoering van het beroepen vonnis is betaald dient terug te betalen onder verrekening van de wettelijke rente.