Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellante] ,
[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of appellant recht heeft op aanpassing van een erfdienstbaarheid van een voetpad, zodat dit conform de oorspronkelijke notariële tekening wordt aangelegd. De erfdienstbaarheid betreft het recht om over een strook grond te lopen van de openbare weg naar meerdere woningen.
Partijen zijn het erover eens dat het voetpad niet geheel volgens de tekening kon worden uitgevoerd, omdat een strook grond door verjaring eigendom is geworden van een derde die daarop een schutting plaatste. Het voetpad is daarom deels afwijkend aangelegd en komt uit op een openbare ruimte van de gemeente. Appellant wenst het voetpad conform de tekening aangelegd te krijgen, terwijl geïntimeerde 1 stelt dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de gemeente de bestemming van de grond zal wijzigen en dat appellant geen belang heeft bij de vordering.
Het hof oordeelt dat het bestaande voetpad appellant voldoende toegang biedt tot de woningen en dat er geen feiten zijn die wijzen op een wijziging van de bestemming van de grond door de gemeente. Ook is erkend dat indien het huidige voetpad niet meer bruikbaar zou zijn, appellant recht behoudt op een voetpad met aansluiting op de openbare weg. Het hof volgt daarmee het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering af wegens gebrek aan belang.
Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot op € 2.466. Het arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, E.J. van Sandick en G.M. Menon en uitgesproken op 28 juli 2020.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot aanpassing van het voetpad af wegens gebrek aan voldoende belang.