Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de memorie van grieven met producties 1 tot en met 3;
- de memorie van antwoord met productie 1.
6.De beoordeling
tweedegrief bevat aan het slot wel nog de stelling dat er met [geïntimeerde] wel degelijk financiële afspraken zijn gemaakt, onder verwijzing naar een e-mailbericht, te vinden op pagina 8 van productie 1 bij memorie van grieven, en naar
“randnummer 9 prod. 15”. Voor zover dit door [appellant] (mede) is bedoeld als toelichting op het deel van grief 3 dat zich richt tegen rov. 4.4., baat het [appellant] niet. Geen van de twee e-mailberichten die zijn te vinden op pagina 8 van productie 1 bij de memorie van grieven werpt enig licht op de hoogte van het honorarium dat zou zijn afgesproken, als dat al het geval is geweest. Voor wat betreft de verwijzing naar
“randnummer 9 prod. 15”heeft het hof niet kunnen vaststellen waarop [appellant] het oog heeft. Weliswaar bevindt zich in het dossier een productie 15 van [appellant] , overgelegd bij de conclusie vermeerdering en/of verandering van eis, maar dat is een verzameling e-mails en niet een stuk met randnummers waaronder een randnummer 9. Het ligt op de weg van [appellant] om, indien hij meent dat bepaalde overgelegde stukken zijn stellingen aantonen, op concrete en niet mis te verstane wijze te verwijzen naar dergelijke stukken. Dat verlangen de eisen van een goede procesorde, mede opdat ook [geïntimeerde] als de processuele wederpartij weet waartegen hij zich heeft te verweren. Met de hier besproken verwijzing wordt daar niet aan voldaan. Het hof gaat er daarom aan voorbij.
7.De uitspraak
€ 3.918,-