Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
8.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 16 juli 2019 waarbij het hof [appellanten] een bewijsopdracht heeft gegeven;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor, gehouden op 4 oktober 2019;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor, gehouden op 15 oktober 2019;
- de brief van 4 november 2019 van mr. De Jong en de daarbij toegezonden producties 2-10;
- de memorie na enquête van [appellanten] ;
- de memorie na enquête van [geïntimeerde] , met een productie.
9.De nadere beoordeling
- dat [geïntimeerde] wist dat aan de spaarders, waaronder [appellanten] , producten (zoals de Blue Account producten) als (spaar)polissen werden verkocht,
- dat [geïntimeerde] zelf betrokken was bij de verkoop van de (spaar)polissen”.
’’
.’’
’’ mijn reactie daarop is dat het ging over Blue Account en Green Account door elkaar heen. Ik bedoelde dat ik de omzetting van de Green Account naar de Blue Account van [roepnaam geintimeerde] heb ontvangen. Naar mijn idee ging het om dezelfde polis. Ik heb geen andere Blue Account polis afgesloten op enig moment.
- dat [geïntimeerde] tijdens een bezoek bij [appellant] thuis desgevraagd heeft bevestigd dat [appellant] het goed had gedaan (aankoop Blue Accounts);
“U vraagt mij naar de rol van [geïntimeerde] bij de Blue Account, toen hij inmiddels partner was geworden. Hij hield alle contracten bij en hield ook de rentebetalingen in de gaten. Hij voerde de administratie ervan. Hij hield ook in de gaten dat de gelden naar Luxemburg zouden gaan. U vraagt mij of de polissen voor de klanten ook door [geïntimeerde] werden opgesteld. Ja, merendeels door [roepnaam geintimeerde] , maar ook wel eens door [aandeelhouder van de vennootschap] . [aandeelhouder van de vennootschap] gaf de gegevens van de klant dan door aan [roepnaam geintimeerde] , die het in de polis zette. [roepnaam geintimeerde] maakte ook de algemene voorwaarden. [aandeelhouder van de vennootschap] was niet zo’n goede schrijver.”
“Ik geloof dat [roepnaam geintimeerde][ [geïntimeerde] , hof]
echt dacht dat het om funding ging. Dat is zijn verhaal, [aandeelhouder van de vennootschap] , en hij kan het aantonen ook, vrees ik”(mve 22).
Anders dan [geïntimeerde] aanvoert, wordt de getuigenverklaring naar het oordeel van het hof hiermee niet ontkracht. Dat [geïntimeerde] echt zou denken dat het om funding ging, betekent niet zonder meer dat hij niet op de hoogte was van de ondeugdelijkheid van de producten.
heb je soms nog liggende gelden?” en
“als je dat nog hebt dan moet je gauw een nieuwe spaarrekening openen om die toe te voegen aan de al bestaande spaarrekening”. Deze getuige heeft verklaard dat [geïntimeerde] moet hebben geweten dat de getuige nog spaargeld had omdat [geïntimeerde] (in feite een mevrouw verbonden aan zijn kantoor) ook de belastingaangifte deed. De getuige heeft zijn verklaring genuanceerd met de volgende tekst:
“Wat ik mij nog kan herinneren is dat hij mij met klem heeft gevraagd om het geld wat ik nog had te beleggen of toe te voegen op de bestaande spaarrekening die ik al had.”De getuige heeft verder verteld dat hij toen aantekeningen had gemaakt en daarom nu nog erover kon verklaren.
De getuige heeft volgens [geïntimeerde] toen verklaard dat hij niet weet of [geïntimeerde] het woord spaarproduct gebruikte:
“U vraagt mij hoe [geïntimeerde] mij heeft benaderd. Ik kwam op kantoor voor de belastingaangifte. Ik liep [geïntimeerde] tegen het lijf. Hij zei toen ‘We hebben een leuk product’. U vraagt mij of hij het woord spaarproduct gebruikte. Dat weet ik niet. Ik dacht van wel, maar ik durf er geen eed op te doen. Het is zes jaar geleden.”De getuige heeft volgens [geïntimeerde] toen verder verklaard dat het contact met [geïntimeerde] niet te maken had met de inleg in de Blue Account:
“U vraagt mij of het contact met [geïntimeerde] te maken had met de inleg in de Blue Account. Nee. [geïntimeerde] heeft mij wel benaderd dat Blue Account bestond, maar dat wist ik al via [aandeelhouder van de vennootschap] . De contacten liepen in eerste instantie via [aandeelhouder van de vennootschap] . Ik ben voor dit product geadviseerd door [aandeelhouder van de vennootschap] . U vraagt mij of [geïntimeerde] dit ook deed. Niet dat ik weet.”
die het mogelijk maakten om veilig geld weg te zetten”) en dat zij de FIOD in dit verband verwees naar [geïntimeerde] , die volgens haar beschikte over alle documenten die betrekking hadden op genoemde producten. [geïntimeerde] heeft – volgens de verklaring van de getuige [getuige 6] bij de FIOD – verklaard dat de ingelegde gelden werden geïnvesteerd in andere bedrijven en [geïntimeerde] was bekend met de brief van de AFM van 2 oktober 2007, waarin een passage staat over de term spaarproduct (maar [getuige 6] kon zich niet herinneren het gehad te hebben met [geïntimeerde] over de term spaarproduct in relatie tot de ingelegde gelden in Blue en Green Account). De getuige [getuige 6] heeft verder bij de FIOD verklaard dat [geïntimeerde] wist dat de brief van 2 oktober 2007 zou worden gestuurd omdat dit met hem was afgesproken op 26 september 2007. In de brief staat dat (uit beschikbare informatie blijkt dat) producten zoals Dutch Blue Account en/of Green Account (mogelijk) als spaarproducten zijn gepresenteerd (blz. 2 onderste alinea):
“De AFM beschikt over informatie dat FLIB van Nederlandse consumenten gelden heeft aangetrokken met het door FLIB aangeboden product Green Account, Green Account II en/of het Dutch Blue Account. Dit product wordt gepresenteerd als spaarrekening met rentevergoeding dat door FLIB wordt gegarandeerd. U heeft ons op 26 september 2007 geïnformeerd dat middels genoemde producten door FLIB ongeveer €4 miljoen is aangetrokken wat grotendeels is doorgestort naar Blue Account & Investments B.V. die op haar beurt deze bedragen heeft uitgeleend aan (gelieerde) ondernemingen tegen een te ontvangen rentevergoeding. Mogelijk kwalificeren deze producten als effect en/of valt deze activiteit onder het aantrekken van opvorderbare gelden in de zin van artikel 3.5 van de Wft.Uit deze informatie maken wij op dat FLIB mogelijk activiteiten verricht als bemiddelaar en/of als beleggingsonderneming dan wel effecten heeft aangeboden c.q. opvorderbare gelden heeft aangetrokken.”
“Met indiening van die vordering[in de strafzaak, hof]
is de verjaring gestuit. Het thans meer gevorderde is echter nooit aangezegd.”Het hof verwerpt dit beroep op verjaring als onvoldoende onderbouwd. [geïntimeerde] heeft niet toegelicht dat en waarom een vordering tot vergoeding van rente zou moeten worden “aangezegd”. Voor zover het zou gaan om stuiting, faalt het standpunt van [geïntimeerde] omdat stuiting volgt uit de vordering in de strafzaak. Deze vordering is ook ingesteld in hoger beroep, zoals [geïntimeerde] zelf ook aanvoert (brief van 11 juni 2014, productie 19 van [appellanten] ). Het hof in de strafzaak heeft bij arrest van 10 juni 2015 beslist over de vordering (niet-ontvankelijkheid). [geïntimeerde] heeft wat betreft het beroep op verjaring niets anders gesteld. [geïntimeerde] heeft bij deze stand van zaken zijn beroep op verjaring onvoldoende toegelicht.
€ 0,00
€ 0,00
10.10. De uitspraak
- Blue Account 1A: € 10.623,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2011 tot de dag van algehele voldoening;
- Blue Account 1B: € 409.037,67 en de contractuele rente over de periode vanaf 1 april 2016 tot 1 augustus 2018, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2018 tot de dag van algehele voldoening;
- Blue Account 1C: € 8.250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2012 tot de dag van algehele voldoening;