ECLI:NL:GHSHE:2020:323
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag BPM voor tweedehands Ferrari ondanks betwisting handelswaarde
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die een naheffingsaanslag BPM bevestigde voor een ingevoerde tweedehands Ferrari. De naheffingsaanslag was verminderd na bezwaar, maar bleef gehandhaafd wegens een hogere door de inspecteur berekende handelsinkoopwaarde.
De kern van het geschil betrof de vaststelling van de handelsinkoopwaarde van de Ferrari in onbeschadigde staat en de waardevermindering door schade. De inspecteur baseerde zijn waarde op negen referentievoertuigen, terwijl belanghebbende slechts drie referenties aanvoerde en een lagere waarde berekende. De inspecteur stelde daarnaast dat de schadewaardering van belanghebbende niet aannemelijk was.
Het hof oordeelde dat de inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat de handelsinkoopwaarde vóór schade minimaal € 73.500 bedroeg, mede door de grotere referentiegroep en redelijke correcties. De bewijslast voor de schadewaardering lag bij belanghebbende, die deze niet overtuigend had onderbouwd. Het hof verwierp het standpunt dat de inspecteur verplicht was een taxatierapport te overleggen en bevestigde dat de naheffingsaanslag niet te hoog was vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag BPM en verklaart het hoger beroep ongegrond.