Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
3.Proceskosten
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende deed aangifte voor 16 schade-auto’s waarbij gebruik werd gemaakt van de taxatiemethode. Na een hertaxatie door Domeinen Roerende Zaken (DRZ) legde de inspecteur een naheffingsaanslag BPM op, die belanghebbende betwistte. Het geschil betrof onder meer de juiste vaststelling van de historische nieuwprijs, de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat, de toepassing van een correctie wegens btw/marge bij gebruik van een koerslijst van Autobiz, en de waardevermindering wegens schade.
De rechtbank oordeelde dat de hertaxateur voldoende onafhankelijk was en stelde voor enkele auto’s de historische nieuwprijs vast conform de wettelijke systematiek van netto catalogusprijs plus btw en BPM. Voor de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat werd de koerslijst als goede indicatie geaccepteerd, tenzij belanghebbende aannemelijk maakte dat een lagere waarde op grond van marktonderzoek juist was, wat slechts voor één auto het geval was.
Met betrekking tot de waardevermindering wegens schade stelde de rechtbank vast dat normale gebruiksschade niet in mindering kon worden gebracht en beoordeelde zij per auto de aannemelijkheid van de schadeposten aan de hand van taxatierapporten en foto’s. Voor enkele auto’s werd de schade hoger vastgesteld dan door de inspecteur, voor andere lager dan door belanghebbende opgegeven. De rechtbank verminderde de naheffingsaanslag met € 1.656 tot € 16.172.
Verder kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 1.500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van 24 maanden met 16 maanden. De proceskosten werden vastgesteld op € 2.397 en het griffierecht van € 338 werd aan belanghebbende vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. de Werd op 23 april 2021.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 16.172 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van € 1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.