Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
3.Proceskosten
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft tien tweedehandsauto’s ingevoerd en daarvoor BPM betaald. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op, die deels werd verminderd na bezwaar. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen de aanslag en behandelt diverse geschilpunten over de berekening van de BPM, waaronder de toepasselijkheid van de herrekende bruto BPM methode, de vaststelling van de nieuwprijs, het juiste type voertuig, correcties op koerslijstwaarden, en het gebruik van forfaitaire afschrijvingstabellen.
De rechtbank verwierp de door belanghebbende bepleite herrekende bruto BPM methode en oordeelde dat de inspecteur en belanghebbende niet altijd aannemelijk maakten dat hun koerslijsten en waarderingen juist waren. Voor sommige auto’s werd de forfaitaire afschrijvingstabel toegepast. De rechtbank stelde de naheffingsaanslag verder verminderd vast op € 27.514. Tevens kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van 25 maanden, verdeeld tussen de inspecteur en de Minister voor Rechtsbescherming.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek van belanghebbende om nader bewijs te leveren werd afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen. Het hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 27.514 en immateriële schadevergoeding en proceskosten worden toegekend.