Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- vrijspraak van het primair tenlastegelegde bepleit;
- zich gerefereerd aan een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde, met dien verstande dat is bepleit dat uitsluitend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging en dat verdachte voor het overige dient te worden vrijgesproken;
- een strafmaatverweer gevoerd, in die zin dat is verzocht de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf te matigen;
- zich ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen gerefereerd aan het oordeel van het hof.
hij op of omstreeks 29 augustus 2014 in de gemeente Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet
Subsidiair
hij op of omstreeks 29 augustus 2014 in de gemeente Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kistje met geld en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),
1. Relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot de woningoverval
Bgenoemde feiten en omstandigheden als vaststaand aan.
de hieronder genoemde onderdelenvan de verklaringen van [medeverdachte 1] . Hij heeft kort na zijn aanhouding voor het eerst inhoudelijk verklaard (30 september 2016) en heeft nadien nog verschillende malen verklaringen afgelegd, waaronder ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 5 november 2020. Het hof is van oordeel dat [medeverdachte 1] zeer uitgebreid, gedetailleerd en consistent heeft verklaard. De verklaringen van [medeverdachte 1] bevatten weliswaar op onderdelen enkele discrepanties, doch het hof is van oordeel dat deze in grote mate en op wezenlijke onderdelen met elkaar overeenkomen. De discrepanties doen geen afbreuk aan de kern van de verklaringen van [medeverdachte 1] , zoals is weergegeven in bewijsmiddel 17. Hoewel [medeverdachte 1] bij de politie, de rechtbank en het hof hierover kritisch is doorgevraagd, is deze kern van de verklaringen in de loop der tijd niet gewijzigd. Hij heeft zichzelf in zijn verklaringen bovendien niet gespaard, integendeel. Hij heeft vanaf het begin verklaard dat hij de hoofdrol had in de uitvoering van het delict. Tot slot vindt zijn verklaring in belangrijke mate steun in de overige bewijsmiddelen.
2. De toedracht van de geconstateerde letsels van [slachtoffer]
3. Voorwaardelijk opzet en medeplegen
4. Conclusie
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) jaren;
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
gijzeling voor de duur van ten hoogste 60 (zestig) dagenkan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 5.466,25 (vijfduizend vierhonderdzesenzestig euro en vijfentwintig cent) bestaande uit € 466,25 (vierhonderdzesenzestig euro en vijfentwintig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
gijzeling voor de duur van ten hoogste 62 (tweeënzestig) dagenkan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;