Deze zaak betreft de vraag of de premievrije voortzetting van pensioenopbouw na beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid een gelijkwaardige voorziening is aan de wettelijke transitievergoeding zoals bedoeld in artikel 7:673b BW.
De appellant, voormalig werknemer van ING, werd volledig en duurzaam arbeidsongeschikt verklaard en haar arbeidsovereenkomst werd beëindigd. ING zette de pensioenopbouw premievrij voort en betaalde geen transitievergoeding. De appellant vorderde alsnog een transitievergoeding van € 24.673,--.
De kantonrechter wees dit af, het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kende de vergoeding toe, maar de Hoge Raad vernietigde dit en verwees de zaak terug. Het hof 's-Hertogenbosch heeft nu geoordeeld dat de cao-regeling, die voorziet in premievrije voortzetting van pensioenopbouw, een gelijkwaardige voorziening is aan de transitievergoeding. Dit oordeel baseert het hof op de gekapitaliseerde potentiële waarde van de pensioenvoorziening, die hoger is dan de transitievergoeding, en op de duidelijke intentie van cao-partijen.
Het hof overweegt dat de voorziening compensatie biedt voor de gevolgen van ontslag en dat het niet vereist is dat de voorziening gericht is op het voorkomen of bekorten van werkloosheid. De vordering van appellant wordt afgewezen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.