Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/222918 / HA ZA 16-395)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi gehouden op 13 november 2020, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
De Raad van Toezicht” onder meer het volgende:
Uit de informatie waarover wij beschikken, blijkt dat de raad van toezicht van uw instelling slechts uit één persoon bestaat. Wij zijn van mening dat daarmee niet voldaan is aan de voorschriften van de Zorgbrede Governancecode 2010 zodat niet vaststaat dat uw instelling ten tijde van de sluiting van de inschrijving die Code daadwerkelijk had ingevoerd.
Aanleiding
Dhr. [naam 2] geeft aan in te willen gaan op enkele andere signalen die het zorgkantoor hebben bereikt, waarover deels afstemming heeft plaatsgevonden. Zo was er bijvoorbeeld tijdens de inkoopprocedure een meningsverschil over de samenstelling van de Raad van Commissarissen (RvC) van Zorgpunt. (...) Dhr. [naam 2] stelt dat het van belang is, zoals ook in de Zorgbrede Governancecode is omschreven, dat de onafhankelijkheid van de RvC is gewaarborgd.
Bijlage 1: Landelijke geschiktheidseisen. Daarin is opgenomen:
de zorgaanbieder heeft aantoonbaar de zorgbrede governancecode ingevoerd”.
Ontwikkelingen / stand van zaken Zorgaanbieder”:
Zoals zojuist besproken bevestig ik u dat de door u in de vennootschap Zorgpunt (...) gekozen organisatiestructuur naar mijn mening voldoet aan de Zorgbrede Governancecode 2010.
De inschrijving van uw organisatie voldoet op de volgende punten niet aan de vereisten.
Wij willen er vanuit gaan dat uw cliënte bekend is met de Zorgbrede Governance Code 2010 en dat zij dus ook weet heeft van artikel 4.2 negende lid van die Code dat bepaalt dat onder meer de gronden waarop leden van het toezichthoudend orgaan kunnen worden ontslagen, in de statuten verankerd zijn. Datzelfde geldt voor de meerderheid van stemmen waarmee een beslissing een lid van het toezichthoudend orgaan te ontslaan, moet worden genomen. Ons zorgkantoor heeft vastgesteld dat de statuten van uw cliënte niet aan deze bepaling voldoen.
4.6.3. Het hof is voorshands van oordeel dat een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver uit het Zorginkoopdocument heeft moeten begrijpen dat door de zorgaanbieder de volledige ZGC moest zijn ingevoerd en dat hij uit de tekst van artikel 4.2 lid 9 ZGC heeft moeten begrijpen dat in de statuten moet worden opgenomen wat in dat artikel staat omschreven. De woorden “statutair is vastgelegd” laten redelijkerwijs geen andere uitleg toe. Het standpunt van Zorgpunt Thuiszorg dat deze woorden ook zo kunnen worden begrepen, dat voldoende is dat in de statuten is opgenomen dat regels voor ontslag en schorsing van de commissarissen in een reglement worden vastgelegd, verwerpt het hof. Borging van de onafhankelijkheid van de commissarissen - kernvereiste volgens artikel 4.4 van de ZGC - is in een dergelijk reglement onvoldoende verzekerd. Een reglement kan immers eenvoudig worden gewijzigd, zonder dat er een notarieel verleden akte aan te pas komt. Ook Zorgpunt Thuiszorg had dus moeten begrijpen dat in haar statuten moest zijn geregeld op welke gronden de algemene vergadering van aandeelhouders de commissarissen kan schorsen of ontslaan, welke meerderheid van stemmen daarvoor vereist is en welke eventuele daarbij te hanteren procedures worden gevolgd. Daarin voorzagen de statuten ten tijde van de indiening van de aanvraag bij CZ niet.
primairgevorderd:
subsidiair:
Waar het betreft de óók vereiste statutaire verankering behoorde echter voor een redelijk geïnformeerde, normaal zorgvuldige inschrijver duidelijk te zijn dat de voorwaarde dat de zorgaanbieder aantoonbaar de ZGC heeft ingevoerd, gelet op de woorden “statutair is vastgelegd” in art. 4.2 lid 9 ZGC 2010, betekende dat in de statuten van Zorgpunt óók moest zijn opgenomen wat in dat artikellid staat omschreven. Dat was niet het geval: die statuten bevatten immers in het geheel geen gronden waarop de leden van de RvC konden worden ontslagen noch een regel over bij welke meerderheid van stemmen dat mogelijk is.
stellig verwijtbaar” is, gezien het belang dat CZ hechtte aan de aantoonbare invoering van de ZGC 2010, hetgeen gezien de in rov 4.6. genoemde feiten (de brief van 24 augustus 2012; het kortgeding van september 2012; de Nota van Wijzigingen van 20 september 2012; het gesprek met CZ in januari 2012) bij [appellant] bekend was. De grieven 2 en 3 zijn hiertegen gericht.
een zorgaanbieder in ieder geval beschikt over een meervoudig samengestelde Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen, die statutair is verankerd en waarvan bestaan en samenstelling kenbaar zijn uit het handelsregister.”
op welke gronden de Raad van Toezicht respectievelijk de Algemene Vergadering een lid van de Raad van Toezicht kan schorsen of ontslaan, welke meerderheid van stemmen hiertoe vereist is en welke eventuele daarbij te hanteren procedures worden gevolgd” (aldus art. 4.2 lid 9 van de ZGC 2010), noch dat met de door Zorgpunt gehanteerde organisatiestructuur de in art. 4.4. van de ZGC 2010 bedoelde onafhankelijkheid in de opvatting van CZ onvoldoende was gewaarborgd, althans dat het [appellant] ernstig kan worden verweten dat hij dit niet aldus heeft begrepen.
in ieder geval” wordt beschikt over een meervoudig samengestelde Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen die statutair is verankerd en waarvan bestaan en samenstelling kenbaar zijn uit het handelsregister.
dit intern te gaan bespreken en hierop terug te komen”.Indien het zo evident was dat de onafhankelijkheid niet goed geregeld was als de curator thans stelt, had die medewerkster daar en toen al kritiek kunnen laten horen, met name nu dit een van de bespreekpunten tijdens dat overleg was.
onvoldoende doordrongen zijn van de betekenis die in het kader van deze procedure wordt gehecht aan de naleving van de Zorgbrede Governancecode 2010 op het punt van de samenstelling van de Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen waarover een zorgaanbieder dient te beschikken en op het punt dat de samenstelling van de raad op juiste wijze verantwoord dient te zijn in het handelsregister”.Daarom gaf CZ in die Nota de uitleg dat zij de ZGC 2010 aldus verstond dat een Raad van Commissarissen meervoudig is samengesteld en dus niet uit slechts één lid mag bestaan en dat “
de landelijke algemene voorwaarde dat een inschrijver ook daadwerkelijk de Code moet hebben ingevoerd, inhoudt dat een zorgaanbieder dient te beschikken over een meervoudig samengestelde Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen die statutair verankerd is en waarvan bestaan en samenstelling kenbaar zijn uit het handelsregister”.
de mogelijkheid[kan]
bestaan dat dit gebrek nog niet is vastgesteld.”. Nu CZ evenwel in 2011 bij Zorgpunt juist op kwesties over de opname van bepalingen rondom Raad van Commissarissen in de statuten kritiek had, mocht [appellant] er naar het oordeel van het hof op vertrouwen dat toen die problemen waren verholpen, aldus dat hij in 2011 een contract kreeg, er geen andere kwesties de Raad van Commissarissen betreffende zouden rijzen, en de steekproef in zoverre volledig was geweest. Daar komt bij dat onbetwist door [appellant] is gesteld dat CZ de statuten van Zorgpunt naar aanleiding van het conflict dat eind 2011 was gerezen met betrekking tot de totstandkoming van een zorgcontract voor 2012 aan een onderzoek heeft onderworpen en door CZ naar aanleiding van dat onderzoek geen punten van kritiek op de statuten van Zorgpunt naar voren zijn gebracht.