Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,hierna aan te duiden als [appellant] ,
[bedrijf] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.[de vennootschap 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[de Holding] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/374151 / KG ZA 20-364)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties, verzoek spoedappel, tevens houdende incidentele vordering schorsing tenuitvoerlegging;
- de beslissing van het hof tot toewijzing van het verzoek spoedappel;
- de akte inbreng producties van [appellanten] van 6 oktober 2020, met producties 41-42;
- de akte inbreng producties aan de zijde van [appellanten] van 20 oktober 2020, met producties 43-47;
- de memorie van antwoord in spoedappel en incident, tevens memorie van grieven in incidenteel spoedappel met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel spoedappel;
- de mondelinge behandeling, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de akte inbreng producties van [appellanten] van 19 november 2020, met producties 48-52;
- de akte inbreng producties van [geïntimeerden] van 19 november 2020, met producties 78-90.
3.De beoordeling
h) Partijen hebben onderhandeld over de overname van [naam bedrijf] en de onroerende zaak door [appellanten] door middel van een overdracht van de aandelen in [naam Projecten I B.V.] en [de vennootschap 3] . In het kader van die onderhandelingen zijn factsheets met profits uit het verleden en forecasts voor de toekomst uitgewisseld, onder meer een versie gedateerd 13 april 2020 en een versie gedateerd 23 april 2020, de laatste gebaseerd op genormaliseerde cijfers van 2016 tot en met 2018.
i) In een e-mail van 1 mei 2020 aan Horeca Makelaardij [Makelaardij] (hierna: de makelaar) heben [geïntimeerden] de door partijen op hoofdlijnen gemaakte afspraken bevestigd. Een e-mail van [appellant] van gelijke datum aan de makelaar in reactie daarop luidt:
KOOPOVEREENKOMST (NVM MODEL)
[de vennootschap 5]
Ten aanzien van de nakoming van de overeenkomst heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat voldoende is komen vast te staan dat [appellanten] vanaf 12 juni 2020 in verzuim zijn met de te stellen bankgarantie/waarborgsom en dat dit meebrengt dat de verschuldigdheid van de in de overeenkomst opgenomen boete voldoende aannemelijk is geworden.
De proceskosten zijn (zowel in conventie als in reconventie) gecompenseerd in die zin dat iedere partij eigen kosten draagt.
In het incident hebben [appellanten] de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis gevorderd.